Assistentie op de trein: niet altijd positief

De NMBS biedt mensen met een beperking assistentie aan als ze de trein willen nemen. Helaas loopt daar wel eens iets fout, voelde Het Nieuwsblad-journalist, Rolmodel-schrijver en rolstoelgebruiker Guy Stevens op dinsdag 9 januari aan den lijve. Zijn tocht van 2 uur naar het werk duurde uiteindelijk 3 uur en 45 minuten, een uur en drie kwartier daarvan moest hij in de vrieskou wachten op hulp die maar niet kwam.

Dinsdagochtend, 7.15 uur. Met verse moed rij ik met mijn rolstoel ons huis uit en zet met de auto koers richting station. Het plan is eenvoudig én afgesproken met de NMBS: in Sint-Martens-Bodegem helpt mijn vriendin me de trein op, waarna het personeel van Brussel Noord me er van de trein haalt en op de trein richting Antwerpen helpt. Een tramrit en een tweetal uur later zou ik dan aankomen op de redactie in Linkeroever.

Maar helaas, al om 7.58 uur stokt de motor. In Brussel Noord staat helemaal niemand me op te wachten. Een kennis helpt me de trein af, waarna de conducteur me aanspreekt. “Heb je wel assistentie gevraagd? Je staat niet op onze planning.” Nochtans had ik de vorige avond nog een bevestigings-sms ontvangen. “Maar ik zal de verantwoordelijke bellen en ze komen je hier op het perron zeker ophalen.” Niet dus.

“Blijf op het perron”

Een twintigtal minuten later (8.20 uur) bel ik het contactcentrum, waar je de assistentie moet aanvragen, en de vriendelijke dame aan de lijn zegt me dat het druk is. “Maar ik zal eens bekijken wat er verkeerd is gegaan.” Wat ik dan ondertussen moet doen? “Blijf op het perron, meneer Stevens, ze komen af wanneer ze tijd hebben.”

Voor de volledigheid: de trein richting Antwerpen die ik op dat moment nog steeds wil nemen, vertrekt om 8.30 uur. “Op perron 11. Ga al maar, ik stuur de hulp naar daar. De trein heeft wat vertraging, dus misschien geraakt u er nog wel op.” Dat zit zo: de NMBS rekent een kwartier om een rolstoelgebruiker op een trein te helpen. Heb je, zoals elke dag het geval is, 9 minuten tussen de trein die toekomt in Brussel en weer vertrekt richting Antwerpen? Pech als je in een rolstoel zit. Terwijl het in de praktijk amper een minuut of twee duurt om iemand op de trein te helpen. Begrijpen wie begrijpen kan.

Maar, u raadt het al, de hulp komt niet op tijd. Meer zelfs: ze komt helemaal niet. Om 8.40 uur bel ik terug. “Het is druk, meneer Stevens, er is vandaag maar één iemand in Brussel Noord om alle mensen met een beperking te helpen.” Ik heb me op dat moment al neergelegd bij het feit dat ik niet op tijd op het werk zal zijn. Maar wat me mateloos stoort: het feit dat ik op het perron moet wachten terwijl het kwik amper 1 graad boven 0 stijgt. “U MOET daar blijven”, zegt de vrouw aan de telefoon. “Anders gaan ze u niet vinden.” “Maar het is vreselijk koud”, probeer ik nog. Zonder succes.

De – nogmaals: heel vriendelijke en behulpzame – vrouw geeft wat later toch iets meer hoop. “Voor 9 uur zal u niet geholpen kunnen worden. Maar vanaf dan is het rustiger en geraakt u zeker de trein op.” Maar helaas: om 9.20 uur is er nog steeds niemand komen opdagen.

Vrieskou

Ik krijg nu een collega van de vrouw aan de lijn. Ook erg vriendelijk en behulpzaam, maar ook niet in staat om mij te helpen. “Ze komen er echt aan. De trein van 9.30 uur moet haalbaar zijn.” Om dat uur zou ik normaal al op het werk zijn. Maar vandaag niet. Vandaag zit ik om dat uur met ijskoude voeten en bevroren vingers op een ijskoud perron. De krant ken ik intussen vanbuiten.

Maar het wonder geschiedt toch: in de verte zie ik drie mannen van de NMBS opdagen, mét een plank om een rolstoel de trein op te helpen. Hoera, denk ik, ik ga er toch nog geraken. Op verwijtende toon krijg ik te horen dat ik niet op de lijst sta, ondanks mijn reservatie. Het doet me niets, blij als ik ben dat ik toch de trein op geraak. “Jullie brengen Antwerpen Centraal op de hoogte, dat ze me daar van de trein halen”, vraag ik. “Natuurlijk. Veel plezier”, is het antwoord.

De trein vertrekt met wat vertraging om 9.35 uur en komt om 10.07 uur aan in het mooiste station van Antwerpen. Helaas ook hier een maar: de gevraagde assistentie is er niet. De vriendelijke en goedlachse conducteur heeft gelukkig wél aan mij gedacht. Met lichte paniek in de ogen zegt hij dat er niemand staat om te helpen. “Geen probleem”, stel ik hem gerust. “Ik zal uit mijn rolstoel komen en uit de trein strompelen terwijl ik me vasthoud, neem jij mijn rolstoel en het komt goed.”

“Schandalig”

Zijn collega ziet het en wandelt met me mee naar de lift. “Hebben ze u echt een uur en drie kwartier laten wachten op een perron? Schandalig”, zegt hij. “Maar tussen ons: wees maar voorzichtig met dat zelf uitstappen. Dat is gevaarlijk, je bent niet verzekerd.” Ik had toch geen keuze, denk ik, maar ik zwijg. Dit is niet mijn dag.

Op de tram gaat alles gelukkig wel goed. Daar is geen assistentie nodig, want door de verhoogde perrons is de tram binnenrijden met de rolstoel – of een buggy bijvoorbeeld – redelijk eenvoudig. Bij treinen is dat nooit het geval. Enkele treinen zijn wel zo gemaakt dat het opstapje gelijk is met de verhoogde perrons, maar de ruimte tussen het perron en de wagons is te hoog om er veilig alleen in te geraken. Helaas.

Wanneer ik om iets voor 11 uur eindelijk de redactie betreed, krijg ik nog telefoon van de NMBS. “We hebben gevonden wat het probleem was”, zegt een jongeman me, opnieuw erg vriendelijk en empathisch klinkend. “U had die sms niet mogen krijgen. En normaal zou u gisteravond opgebeld moeten zijn.” Dat het zo gegaan is, spijt hem. “Maar morgen staat u er wel op en zal u geholpen worden.”

Laat al maar zo, NMBS.

Werk aan de winkel

Voor alle duidelijkheid: wat me overkwam, is een uitzondering. Al tientallen keren heb ik de trein genomen en slechts in een handvol gevallen was de gevraagde assistentie er niet. Maar die paar keer is wel een paar keer te veel. Het legt een schrijnend probleem bloot: wie een beperking heeft en niet met de wagen kan rijden, vindt veel te weinig een oplossing in het openbaar vervoer. Bussen, trams en treinen zouden in deze tijden perfect toegankelijk moeten zijn.

En het kan écht niet dat je een rolstoelgebruiker een uur en drie kwartier laat wachten op een ijskoud perron. Vernederend was het, want je kan als rolstoelgebruiker geen kant uit. Ik klaag niet over de vriendelijke manier waarop men mij via de telefoon probeerde te helpen, daar ben ik zelfs heel dankbaar voor, maar wél over de manier waarop een geplande en goed afgesproken treinrit verandert in een fiasco. Voer tot nadenken.

NMBS werkt eraan

“We investeren volop in toegankelijkheid”, zegt NMBS-woordvoerder Dimitri Temmerman. “Onder meer in het verhogen van de perrons in stations. Ook de assistentie bieden we in steeds meer stations aan, zodat we mensen beter kunnen gaan helpen. De nieuwste treinen zijn trouwens veel toegankelijk, met een uitschuifbaar platform zodat men er perfect kan inrijden met een rolstoel. Maar om die in te zetten, moeten alle perrons verhoogd zijn.” Een werk van lange adem, “maar wel één dat we belangrijk vinden”, aldus Temmerman.

Wat zijn jouw ervaringen met het openbaar vervoer? Ben jij erg met toegankelijk openbaar vervoer begaan, of ben je eerder van het ‘trek uw plan’-type?

Deel onze blogs alsjeblieft!

One thought on “Assistentie op de trein: niet altijd positief

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.