De natuur in

Er moet meer asfalt komen want ik ben verzot op natuur tegenwoordig. Vroeger niet hoor, toen had ik daar allemaal geen aandacht voor. Maar nu kan ik helemaal in vervoering raken van een bij die mijn spouwmuur gekraakt heeft, of een aalscholver die een aal aan het scholveren is. Ik scholver zelf ook weleens een aal hoor daar niet van, maar niemand scholvert toch alen zoals een aalscholver alen scholvert.

En omdat ik opeens van de natuur houd overweeg ik mij nu in te schrijven voor een cursus planten bakken. Of bloem, dat weet ik nog niet precies.

Dus als het weer een beetje stuimig is dan ga ik er graag op uit.

Er is echter wel een probleem als je de natuur in wilt als roller, namelijk: te weinig asfalt. En dan kom je niet ver. In een stadspark of een diergaarde gaat het meestal nog wel, maar in het tropisch regenwoud bijvoorbeeld is het waardeloos geregeld en ook in de Sahara zijn nauwelijks fietspaden. Maar daar hoor je ze niet over, de hoge dames en heren in Den Haag!

Bij ons heb je bijvoorbeeld natuurgebied de Biesbosch. Daar sterft het van de Bevers en Steenarenden heb ik van horen zeggen, een kennis van mij heeft daar zelfs een heuse koe gespot! Maar ik zie niets van dit alles op de parkeerplaats. Er zijn in dat gebied minstens drieëntachtig vogelkijkhutten, maar geen één met een lift. Nou ja!

Soms probeer ik het gewoon, een stukje de natuur in. Gisteren nog met mijn hond vanwege zijn speurneus voor konijnen. ‘Gaat u daar in met dat hondje?’ vroeg een verbaasde langsfietsende scholier. Ik antwoordde stoer bevestigend. ‘Nou, zet hem op!’ Maar dat heb ik niet gedaan hoor, het beestje leeft nog…

Datzelfde hondje moest mij overigens vijftig meter verderop uit de modder trekken.

Daarom pleit ik voor meer asfalt, vooral in de natuur.

Burugo



www.facebook.com/burugocolumns

www.dwarslaesie.nl/column

Lichaam vol dromen (deel 2)

In deel 1 praat ik over leren luisteren naar je lichaam ondanks de druk van buitenaf. Maar hoe doe ik dat nu eigenlijk?

Wat mij enorm helpt, is elke morgen voor ik met de dag begin, even stil te staan (of zitten/liggen) bij mijn lichaam.

 

Noem het mediteren of mindfulness of gewoon langzaam wakker worden. Ik voel eerst even heel mijn lichaam, ga in gedachten elk lichaamsdeel langs, stretch wat, beweeg een klein beetje, geeuw eens goed, adem goed in en uit. Als ik dit doe, dan ziet mijn dag er helemaal anders uit: veel rustiger, in flow en kan ik makkelijker omgaan met stressvolle gebeurtenissen. Ik merk echt een groot verschil met de dagen dat ik dit eens oversla.

Als ik mijn lichaamsmomentje voltooid heb, dan vraag ik me ook af: ‘wat heb ik vandaag te doen, als ik mijn droomleven wil waarmaken?’. Het eerste dat in me opkomt en goed voelt, dat probeer ik te volgen.

Een mooi voorbeeld hiervan, is hoe ik aan mijn huisje ben geraakt. Om te beginnen schrijf of teken ik heel gedetailleerd hoe ik, in dit geval: mijn droomhuis, voor me zie alsof dit nu al zo is:

 

image.png

 

Vervolgens maak ik contact met mijn lichaam door aandacht te houden bij bewegingen die ik doe, ademhaling, …
Als ik me ontspannen voel, vraag ik ‘Wat heb ik te doen vandaag om mijn droomhuis te vinden, waar word ik blij van, wat is het antwoord van de liefde?’

Het eerste wat in me opkomt en waar ik ook een warm gevoel van krijg in mijn lichaam (zo weet ik dat het klopt), volg ik: ‘Ga naar Gent en geniet van de dag daar’. Dat is wat ik deed.

Ik kwam een kennis tegen op straat en vertelde dat ik zo’n huisje zocht. Ze wist me te vertellen dat ik dan naar ‘beluikjes’ moest zoeken (wat ik niet kende). Uiteraard heb ik dit meteen gedaan, en zo doende vond ik een huisje te huur dat gelegen is op een pleintje, dicht bij de stad, dicht bij het station in Gent, met leuke mensen en dieren:

 

image.png

 

En zo wist ik weer dat dromen kunnen uitkomen! Als we maar goed luisteren naar elke volgende stap die we horen, en blijven luisteren naar ons lichaam. En de katten die ons af en toe een halt toeroepen 😉

Wat zijn jouw dromen? Hoe kan jij jouw dromen laten uitkomen? Wat is jouw manier van aandacht schenken aan je lichaam? Laat het me weten in een reactie hieronder!

 

Warme groetjes,
Kristien Maus
Dans- en bewegingstherapeute

Waarom ik ziekenhuisopnames haat…

‘Wie gaat er nu wel met plezier een ziekenhuisopname in?’, hoor ik jullie denken. Maar de redenen voor mijn gevoel gaan verder dan heimwee, geen lekker eten of gebrek aan aangename roommates. Omdat mijn longen besloten even een staking af te kondigen belandde ik afgelopen week weer op mijn vertrouwde longafdeling. Het duurde niet lang of mijn eeuwige frustraties staken weer de kop op…

Dertig ben ik intussen geworden, altijd al een beetje ‘ziekelijk’, zoals ze dat hier in het dialect soms zeggen, maar sinds mijn latere tienerjaren toch behoorlijk ernstig chronisch ziek. Chronisch ziek zijn betekent per definitie dat de artsen en hulpverleners je niet kunnen genezen. In het beste geval weten ze wel wat er aan de hand is en kan je ziekte door  behandeling onder controle gehouden worden. Die chronische behandeling ligt bijna altijd in de handen van de patiënt zelf. Als chronische patiënt wordt je constant in de oren geknoopt dat je verantwoordelijk moet omspringen met je ziekte, goed voor jezelf moet zorgen en je behandeling trouw moet toepassen. Best een grote verantwoordelijkheid eigenlijk. Zo wordt bvb vaak vastgesteld dat tijdens de puberteit chronische ziektes minder goed onder controle zijn omdat jongeren moeite hebben met de nood aan structuur en zelfzorg.

Van mezelf kan ik zeggen dat ik nogal redelijk nauwgezet ingesteld ben. Ik houd een net medicatieschema bij, alle medische verslagen netjes in een mapje, vergeet nooit mijn medicatie in te nemen, sla zelden of nooit een kinebeurt over, enzovoort. Logisch dan ook, dat ik tijdens consultaties op de polikliniek vaak complimenten krijg over mijn aanpak, een schouderklopje. En toch…

Tijdens een ziekenhuisopname verloopt alles plots anders. Het is iets gek, paradoxaal en op z’n minst gezegd onaangenaam. Je komt op doorverwijzing van je huisarts aan op de spoedafdeling, gewapend met een verslag van wat de huisarts tevergeefs probeerde om je erbovenop te helpen, een medicatieschema, verslagen van vorige opnames,… Een assistent komt je tegemoet, vraagt je alles uit de brief nog eens te herhalen (ook al snak je naar lucht en ben je allerminst in de stemming om voor te lezen), om vervolgens alles in vraag te stellen wat jij en/of je huisarts verklaren. Want: je bent té ziek. Dit kan bijna niet. Een astma-patiënt die zoveel zuurstof nodig heeft? ‘Ja maar,’ probeer ik nog, ‘ik ben helaas niet zomaar een astma-patiënt’, maar te laat: de zuurstof wordt al ingedraaid naar een beangstigend laag niveau. Tot de verpleegkundigen opmerken dat je saturatie pijlsnel daalt en het koud zweet je uitbreekt in een poging voldoende zuurstof in je lijf te pompen.

 

Ziekenhuisopnames quote

 

Over medicatie dezelfde discussie: ‘Wat een waslijst, en nog steeds er zo slecht aan toe? Dan zal het wel zo zijn dat die medicatie eigenlijk niet werkt, dus gaan we afbouwen.’ Een plan die ik 5 jaar geleden zou toegejuicht hebben, in de hoop van vele bijwerkingen verlost te zijn. Maar intussen puilt mijn medisch dossier uit van gefaalde pogingen, die enkel resulteerden in nog meer nood aan medicatie. Zelfs al protesteer ik met alle lucht die ik nog door mijn stembanden kan jagen, al snel krijg ik de boodschap: ‘Toch nog eens proberen…’. Ik moet je niet vertellen dat dat uiteindelijk weer op een fiasco uitdraait. Vervolgens mag ik ook mijn aerosols niet meer zelf vullen, aan- en afzetten, mijn bloedsuikerspiegel mag ik niet meer zelf controleren en ook insuline spuiten wordt mij uit handen genomen. En om helemaal gek van te worden, willen ze dan bij een astma-patiënt met 30 jaar ervaring toch nog even checken of de puffers wel correct worden ingenomen. Tja… als ik het nu nog niet zou kunnen?!

Wat is het, dat ervoor zorgt dat je bij een opname plots zo paternalistisch behandeld wordt? Wat is het, dat maakt dat stagaires geneeskunde die soms nog maar 1 dag op de dienst longziekten staan, denken dat ze mij moeten uitleggen hoe ik mijn puffers moet innemen? En vooral: waarom steeds die ondertoon van wantrouwen? Omdat ik té ziek ben? Kan iemand dan bvb ook té veel kanker hebben? Of valt dit oordeel alleen over chronisch zieken? Zo vaak voel ik die wantrouwige, bijna beschuldigende blik vol ongeloof priemen boven hun notitieblokken.

Ik kan er op twee manieren op reageren. Of ik onderga het allemaal zonder morren, in de hoop dat ze heel snel zelf inzien dat ik nu eenmaal een geval apart blijk te zijn en erg moeilijk te behandelen. Dan riskeer ik dat er zo met mijn medicatie en zuurstof geprutst wordt (excuseer me mijn harde woorden) dat ik er dagenlang nog zieker van wordt. Of ik protesteer met alle lucht en energie die ik nog nodig heb tegen hun voorstellen en probeer bewijzen aan te dragen voor het feit dat hun plan gedoemd is om te mislukken. Dan word ik uiteraard bekeken als een heel eigenwijze patiënt. Nog minder geliefd word ik, wanneer ik eis dat de professor die mij normaal op de polikliniek behandeld de leiding overneemt. Tot hun verbazing en mijn opluchting, geeft hij me namelijk meteen gelijk en komen we vlot tot een strategie om terug op de been te geraken. Jammer wel, dat ik dan vaak al een dag of 3 veel te veel schaarse energie gestopt heb in het strijden om duidelijk te maken wat ik nodig heb om beter te worden.

Thuis word ik dus verondersteld om alles alleen te kunnen. Ik ben de zieke, het is mijn lichaam en ik moet ervoor zorgen. Ik moet mijn behandeling en verzorging plannen en daar mensen voor inschakelen, ik moet mijn parameters checken en mijn medicatie daaraan aanpassen en ik moet inschatten wanneer ik extra doktersadvies moet inwinnen. Maar zodra ik in het ziekenhuis terecht kom, wordt alles mij uit handen genomen en word ik behandeld en toegesproken alsof ik er helemaal niks van ken.

Ik vraag mij af of er nog chronisch zieken of mensen met een beperking zijn die dezelfde ervaring hebben, en hoe jullie daarmee omgaan? Heel benieuwd naar jullie reacties dus!

Een lichaam vol dromen

Niemand luistert naar mij.

Toch kennen jullie me allemaal.
Toch hebben jullie mij allemaal nodig.
Ik vertel zoveel verhalen. Elke dag.
Ik probeer vanalles: buikpijn, hoofdpijn, eens flauwvallen, spierpijn aan nek en schouders,…
Waarom luisteren jullie niet?
Wat voor zwaar geschut moet ik nog bovenhalen?
Of is het echt nodig dat ik de stekker (weer) uittrek?
Hallo?
Halloo!
Ik Ben het…

Jullie lichaam !

Zoveel wijsheid zit er in ons lichaam, zo weinig luisteren wij ernaar.
Zelfs ik, als dans-en bewegingstherapeute en terwijl ik deze zaken al heb meegemaakt. Tot het moment dat zelfs mijn lijf ervoor koos even niet meer te functioneren en me plat te leggen met een burn-out.
Hoe moeilijk is het toch nog om te luisteren naar de signalen die mijn lichaam mij aangeeft…
Want ‘je wilt de ander niet teleurstellen’, durft geen ‘nee’ te zeggen, wilt graag al je werk gedaan krijgen en het is nog vroeg, dus we doen nog even door,…
Herkennen jullie dat?

Dat zou pas een vak zijn op school, leren luisteren naar je lichaam…
Onze cultuur is er niet op aangepast te aanvaarden dat we volgen wat ons lichaam ons aangeeft. We kunnen het pas echt, als we er niet meer omheen kunnen. Als ons lichaam écht heel duidelijk is, meestal ten koste van onze gezondheid.

Nu pas leef ik zelf het leven waar ik blij van word, en nog steeds word ik elke dag verrast door grenzen die mijn lichaam mij aangeeft. Hoofdpijn, misselijkheid, spierspanning, vermoeidheid,… Ik mag van geluk spreken dat het daarbij blijft, dat ik de signalen nu herken en zo snel mogelijk in dialoog ga met mijn lichaam, leer horen en luisteren naar wat het me te vertellen heeft. Wat is er teveel? Wat is er nodig om me beter te voelen?

Als startend ondernemer is er veel werk te verrichten, niet altijd even duidelijk waar te beginnen. Ik ben via een coachingstraject bezig om hier meer overzicht in te krijgen, en daar wordt ook gezegd dat het ‘yin en yang’ is. Je hebt ontspanning nodig om je te kunnen inspannen voor het volgende. Hoe meer je kan vertrouwen en in ontspanning kan gaan, kan toegeven aan wat je lichaam nodig heeft, hoe efficiënter je kan werken op de andere momenten.
Zo moeilijk vast te houden dit. Vooral omdat mijn omgeving niet zo werkt.
Dus als ik beslis om iets niet te doen nu, omdat het nu gewoon niet goed voelt, heeft dit ook soms invloed op anderen hun werk dat dan vastzit. Het is zoiets onverklaarbaars.

Maar hoe meer we tegen onze eigen krachten inzwemmen, hoe moeilijker we de andere kant van de zee bereiken.

– Dat gezegd zijnde ga ik even pauzeren van dit blogbericht, want mijn lichaam klaagt naar beweging. –

(einde deel 1)

Hebben jullie moeite met het de grenzen van jullie lichaam en hoe hebben jullie leren luisteren? Laat het me zéker weten via een berichtje hieronder of op Facebook!

Warme groetjes,
Kristien Maus

Dans- en bewegingstherapeute
www.psy-meer.be

Politiek: iets voor mij?

Al sinds ik oud genoeg was om iets te snappen van de actualiteit volg ik ‘de politiek’. Soms leidde dat tijdens mijn puberteit tot geanimeerde discussies met mijn ouders aan de eettafel, tot grote ergernis van mijn zussen die de microbe niet echt te pakken hadden.  Sorry zusjes! Maar een actieve politieke carrière: geen haar op mijn hoofd die daaraan dacht. Want politiekers zijn allemaal dezelfde toch?! Postjesjagers, die veel beloven en weinig doen, muggenziften, elkaar het licht in de ogen niet gunnen… Maar is dat wel zo?

Ongeveer een jaar geleden kreeg ik ouder bekenden over de vloer. Oude vrienden van in de jeugdbeweging, met wie ik al altijd op dezelfde golflengte zat, maar die ik wat uit het oog was verloren. Beiden waren ze al een aantal jaar gemeenteraadslid voor de partij waarvoor ik al sinds mijn 18de stemde: Groen. En dat was meteen ook het onderwerp van hun bezoekje: of ik geïnteresseerd zou zijn om hun team mee te versterken? Gevleid door het voorstel, gingen toch heel wat ‘ja, maar’-en door mijn hoofd. Ja maar, liever achter de schermen. Ja maar, jullie weten toch dat ik ziek ben? Ja maar, is dat geen harde wereld die politiek? Ja maar, hoe werkt dat eigenlijk? Enzovoort.

Die 1ste avond kwamen we uiteindelijk tot het besluit dat ik zou toetreden tot de partij en lid zou worden van het bestuur, om zo vooral achter de schermen te werken. Wie mij kent, weet echter dat halve engagementen niets voor mij zijn… dus na een paar maanden inwerken, programma schrijven, vergaderen, groeide ‘de goesting’ meer en meer. Toch had ik bedenkingen: Stel dat ik verkozen zou worden, maar de meeste zaken waarop ik verwacht wordt zijn ontoegankelijk? Wat als ik terug zieker word? Wat als ik hulp nodig heb? Wat met mijn uitkering: verlies ik die dan?

Groen Shoot

Na mij goed te informeren, waagde ik de sprong in het diepe en ik stelde me kandidaat voor de gemeenteraadsverkiezingen. De ploeg had vertrouwen in mijn capaciteiten en stelde me meteen op de tweede plaats. De campagne was intensief, erg vermoeiend, maar ook erg spannend. In de positieve zin van het woord dan. Samen gaan voor een project waar je in geloofd, met een team die je motiveert en vooruit stuurt, maar je terzelfder tijd draagt en voor je zorgt. Een positieve, constructieve ploeg die denkt in oplossingen en opportuniteiten, eerder dan in problemen en crisissen.

Campagne voeren

Tot mijn grote verbazing was het resultaat ook nog eens erg goed! Onze ploeg verdubbelde het aantal zetels, en persoonlijk haalde ik veel meer voorkeurstemmen dan ik had durven dromen. Dat leverde me een rechtstreeks plaatsje op in de gemeenteraad!

Stemfolder Sien

Sien

 

PS : De eerstkomende blogs wil ik dieper ingaan op wat er allemaal bij komt kijken om als chronische zieke en persoon met een fysieke beperking politiek actief te worden: de hindernissen bij de campagne en bij het mandaat, de vooroordelen, de praktische problemen, de financiële consequenties,… Hebben jullie specifieke vragen daarover of over iets anders? Zet ze gerust in de commentaren en ik probeer ze te beantwoorden in mijn blogs!

Welke thema’s vinden jullie als persoon met een beperking, als familielid/vriend/begeleider/mantelzorger van een persoon met een beperking belangrijk binnen de politiek en wat moet dringend aangekaart worden? Shoot! Ik ben superbenieuwd!