EHBO

Als u ooit de geest dreigt te geven in mijn nabijheid dan kon het wel eens akelig met u aflopen. Want ik heb nooit een EHBO cursus gedaan, laat staan leren reanimeren. Het enige dat ik dan zou kunnen doen is 112 bellen, maar waarschijnlijk weet ik op het moment suprême het nummer niet meer.

 
 
 

Ik voel mij hier ietwat onbehaaglijk bij want EHBO is toch eigenlijk een basiskennis die ik zou moeten beheersen. ‘t is heus geen dommigheid of zo want ik heb een paar decennia geleden de middelbare school afgerond met minstens drie voldoendes, dus ik ben keislim.

En ik beheers wel allerlei andere, veel moeilijker zaken dan EHBO. Ik bespeel bijvoorbeeld een vijftal muziekinstrumenten (niet allemaal tegelijk hoor, zo virtuoos ben ik nu ook weer niet), en kan bovendien fenomenaal trommelen op de wielen van mijn rolstoel. Maar wat heb je daar aan als het bloed uit je lijf gutst.

Dus ik vind dat ik op cursus moet. En derhalve ben ik op het internet gaan zoeken naar ‘EHBO+rolstoel’, maar ik vind uitsluitend webpagina’s waar men uitlegt dat je iemand met een gekneusd en/of afgerukt been het beste in een rolstoel kunt vervoeren, en dus niet bijvoorbeeld op je rug.

EHBO Cursussen voor rolstoelgebruikers bestaan kennelijk nog niet.  Wij worden geacht zelf de patiënt te zijn die medische hulp belieft.  Terwijl ik het voor de verandering ook wel eens aardig zou vinden als er iemand anders van de trap dondert en al zijn benen breekt zodat ik daar dan een mitella op kan plakken, of drie minuten onder de koude kraan. (want dat kan nooit kwaad)

Moet-ie natuurlijk wel een beetje handig landen want ik moet er wel bij kunnen komen met mijn rolstoel.

Mocht zulks u onverhoopt toch gebeuren, dan heb ik wel reeds een mooie verbanddoos aangeschaft met mooie pleisters, drukverbanden, gaasjes en kleine flesjes met mysterieuze inhoud (vermoedelijk oogdruppels).

En een tuinslang natuurlijk.

Burugo

Ontdek meer columns van Burugo op  
dwarslaesie.nl/column of op facebook.com/burugocolumns

Een ‘groentje’ in de politiek

In mijn vorige blog konden jullie lezen hoe ik besliste politiek actief te worden en kandidaat werd in de gemeenteraadsverkiezingen. Ik raakte rechtstreeks verkozen. Maar dan begint het natuurlijk nog maar pas… Want er komt natuurlijk meer bij kijken dan even een eed te zweren bij de burgemeester. In deze blog leid ik jullie doorheen de voorbereidingen van de installatievergadering van de nieuwe gemeenteraad.

Als gemeenteraadslid met een beperking heb je in België recht op een assistent/vertrouwenspersoon die je bij alles mag vergezellen en assisteren zodat jij je opdracht als gemeenteraadslid goed kunt uitvoeren. Die persoon mag je vrij kiezen, maar het moet wel altijd dezelfde persoon zijn. Dat betekent in mijn geval dat die persoon mij voor alle vergaderingen komt ophalen, vergezelt en uiteindelijk veilig en wel terug thuis brengt. Tijdens de vergadering mag Kevin me bvb ook helpen met mijn zuurstof, zaken aanreiken enzo. Ook documenten ophalen ter inzage mag hij in mijn plaats doen. Hij mag echter niet mondeling tussenkomen of mee stemmen over een besluit.

Naast gemeenteraadslid word ik ook lid van het Bijzonder Comité van de Sociale Dienst (BCSD), vroeger ook wel de OCMW-raad genoemd. In de BCSD worden alle persoonsgebonden zaken besproken, bvb wie recht heeft op een leefloon in je gemeente. Voor beide vergaderingen (gemeenteraad en BCSD) ontvang je een kleine vergoeding, als compensatie voor alle voorbereidingen, verplaatsingskosten, enzovoort. Dit ‘presentiegeld’ telt echter niet als salaris. Je moet het aangeven aan de belastingen, maar het heeft geen invloed op bvb je uitkering en telt niet mee voor je pensioen. Je assistent/vertrouwenspersoon krijgt dezelfde vergoeding.

Nu kende ik dus het wettelijke kader, maar dat helpt me natuurlijk nog in niks vooruit met vragen zoals: Hoe dien ik een voorstel in voor de gemeenteraad? Wat zijn de bevoegdheden van gemeenteraadsleden? Wat zijn mijn rechten en plichten als raadslid? Gelukkig organiseert de VVSG (Vlaamse Vereniging voor Steden en Gemeenten) bij het begin van elke legislatuur opleidingsavonden voor nieuwe gemeenteraadsleden en leden van de BCSD. Samen met mijn vertrouwenspersoon Kevin en mijn assistentiehond woonde ik de sessies bij. Stilaan begin ik te weten hoe het nu echt praktisch in zijn werk gaat! Het lokaal bestuur van mijn gemeente organiseerde ook een voorstelling en rondleiding in de verschillende stadsdiensten zoals het archief, de financiële dienst, de technische dienst, de kunstacademie, sportdienst, jeugddienst, woonzorgcentrum, sociaal huis… Pas als je het met je eigen ogen ziet en met de verantwoordelijkheden praat, weet je immers echt waarover je spreekt tijdens de gemeenteraad. Ik wil immers geen politicus worden in een ivoren toren, voeling met wat echt leeft in mijn gemeente vind ik het allerbelangrijkste!

De voorbereidingen waren een intensieve periode: veel vergaderingen, opleiding en vooral heel veel informatie op korte tijd verwerken. Eind januari was dan eindelijk het moment aangebroken waarop we plechtig onze eed mochten afleggen en met veel enthousiasme aan de slag konden gaan. Benieuwd naar mijn moment? Bekijk de video-opname hieronder!

Het doet me veel plezier te merken dat het stadsbestuur steeds zelf al vraagt welke aanpassingen nodig zijn voor de bijeenkomsten. Zo is er bij de gemeenteraad voor gezorgd dat ik dicht bij de deur kan zitten voor als ik eens onwel word, mijn tafel werd opgehoogd met blokken, mijn assistentiehond en mijn vertrouwenspersoon mogen me overal vergezellen en ook tijdens de eedaflegging werd ervoor gezorgd dat ik strategisch zat zodat ik me gemakkelijk tussen de massa volk naar voren zou kunnen begeven voor mijn eed. Dit zorgt meteen al voor heel wat sensibilisering rond toegankelijkheid in het lokaal beleid, wat ik alleen kan toejuichen!

In mijn volgende blog lezen jullie welke thema’s ik als raadslid met een beperking erg belangrijk vind. Uiteraard staan toegankelijkheid, gelijke kansen enzovoort hoog op mijn agenda. Ik ben ook benieuwd naar jullie ideeën hierover. Wat kan in jullie gemeente beter voor mensen met een beperking? Welk voorstel zouden jullie willen voorleggen aan jullie burgemeester? Plaats hieronder gerust een reactie!

De natuur in

Er moet meer asfalt komen want ik ben verzot op natuur tegenwoordig. Vroeger niet hoor, toen had ik daar allemaal geen aandacht voor. Maar nu kan ik helemaal in vervoering raken van een bij die mijn spouwmuur gekraakt heeft, of een aalscholver die een aal aan het scholveren is. Ik scholver zelf ook weleens een aal hoor daar niet van, maar niemand scholvert toch alen zoals een aalscholver alen scholvert.

En omdat ik opeens van de natuur houd overweeg ik mij nu in te schrijven voor een cursus planten bakken. Of bloem, dat weet ik nog niet precies.

Dus als het weer een beetje stuimig is dan ga ik er graag op uit.

Er is echter wel een probleem als je de natuur in wilt als roller, namelijk: te weinig asfalt. En dan kom je niet ver. In een stadspark of een diergaarde gaat het meestal nog wel, maar in het tropisch regenwoud bijvoorbeeld is het waardeloos geregeld en ook in de Sahara zijn nauwelijks fietspaden. Maar daar hoor je ze niet over, de hoge dames en heren in Den Haag!

Bij ons heb je bijvoorbeeld natuurgebied de Biesbosch. Daar sterft het van de Bevers en Steenarenden heb ik van horen zeggen, een kennis van mij heeft daar zelfs een heuse koe gespot! Maar ik zie niets van dit alles op de parkeerplaats. Er zijn in dat gebied minstens drieëntachtig vogelkijkhutten, maar geen één met een lift. Nou ja!

Soms probeer ik het gewoon, een stukje de natuur in. Gisteren nog met mijn hond vanwege zijn speurneus voor konijnen. ‘Gaat u daar in met dat hondje?’ vroeg een verbaasde langsfietsende scholier. Ik antwoordde stoer bevestigend. ‘Nou, zet hem op!’ Maar dat heb ik niet gedaan hoor, het beestje leeft nog…

Datzelfde hondje moest mij overigens vijftig meter verderop uit de modder trekken.

Daarom pleit ik voor meer asfalt, vooral in de natuur.

Burugo



www.facebook.com/burugocolumns

www.dwarslaesie.nl/column

Lichaam vol dromen (deel 2)

In deel 1 praat ik over leren luisteren naar je lichaam ondanks de druk van buitenaf. Maar hoe doe ik dat nu eigenlijk?

Wat mij enorm helpt, is elke morgen voor ik met de dag begin, even stil te staan (of zitten/liggen) bij mijn lichaam.

 

Noem het mediteren of mindfulness of gewoon langzaam wakker worden. Ik voel eerst even heel mijn lichaam, ga in gedachten elk lichaamsdeel langs, stretch wat, beweeg een klein beetje, geeuw eens goed, adem goed in en uit. Als ik dit doe, dan ziet mijn dag er helemaal anders uit: veel rustiger, in flow en kan ik makkelijker omgaan met stressvolle gebeurtenissen. Ik merk echt een groot verschil met de dagen dat ik dit eens oversla.

Als ik mijn lichaamsmomentje voltooid heb, dan vraag ik me ook af: ‘wat heb ik vandaag te doen, als ik mijn droomleven wil waarmaken?’. Het eerste dat in me opkomt en goed voelt, dat probeer ik te volgen.

Een mooi voorbeeld hiervan, is hoe ik aan mijn huisje ben geraakt. Om te beginnen schrijf of teken ik heel gedetailleerd hoe ik, in dit geval: mijn droomhuis, voor me zie alsof dit nu al zo is:

 

image.png

 

Vervolgens maak ik contact met mijn lichaam door aandacht te houden bij bewegingen die ik doe, ademhaling, …
Als ik me ontspannen voel, vraag ik ‘Wat heb ik te doen vandaag om mijn droomhuis te vinden, waar word ik blij van, wat is het antwoord van de liefde?’

Het eerste wat in me opkomt en waar ik ook een warm gevoel van krijg in mijn lichaam (zo weet ik dat het klopt), volg ik: ‘Ga naar Gent en geniet van de dag daar’. Dat is wat ik deed.

Ik kwam een kennis tegen op straat en vertelde dat ik zo’n huisje zocht. Ze wist me te vertellen dat ik dan naar ‘beluikjes’ moest zoeken (wat ik niet kende). Uiteraard heb ik dit meteen gedaan, en zo doende vond ik een huisje te huur dat gelegen is op een pleintje, dicht bij de stad, dicht bij het station in Gent, met leuke mensen en dieren:

 

image.png

 

En zo wist ik weer dat dromen kunnen uitkomen! Als we maar goed luisteren naar elke volgende stap die we horen, en blijven luisteren naar ons lichaam. En de katten die ons af en toe een halt toeroepen 😉

Wat zijn jouw dromen? Hoe kan jij jouw dromen laten uitkomen? Wat is jouw manier van aandacht schenken aan je lichaam? Laat het me weten in een reactie hieronder!

 

Warme groetjes,
Kristien Maus
Dans- en bewegingstherapeute

Waarom ik ziekenhuisopnames haat…

‘Wie gaat er nu wel met plezier een ziekenhuisopname in?’, hoor ik jullie denken. Maar de redenen voor mijn gevoel gaan verder dan heimwee, geen lekker eten of gebrek aan aangename roommates. Omdat mijn longen besloten even een staking af te kondigen belandde ik afgelopen week weer op mijn vertrouwde longafdeling. Het duurde niet lang of mijn eeuwige frustraties staken weer de kop op…

Dertig ben ik intussen geworden, altijd al een beetje ‘ziekelijk’, zoals ze dat hier in het dialect soms zeggen, maar sinds mijn latere tienerjaren toch behoorlijk ernstig chronisch ziek. Chronisch ziek zijn betekent per definitie dat de artsen en hulpverleners je niet kunnen genezen. In het beste geval weten ze wel wat er aan de hand is en kan je ziekte door  behandeling onder controle gehouden worden. Die chronische behandeling ligt bijna altijd in de handen van de patiënt zelf. Als chronische patiënt wordt je constant in de oren geknoopt dat je verantwoordelijk moet omspringen met je ziekte, goed voor jezelf moet zorgen en je behandeling trouw moet toepassen. Best een grote verantwoordelijkheid eigenlijk. Zo wordt bvb vaak vastgesteld dat tijdens de puberteit chronische ziektes minder goed onder controle zijn omdat jongeren moeite hebben met de nood aan structuur en zelfzorg.

Van mezelf kan ik zeggen dat ik nogal redelijk nauwgezet ingesteld ben. Ik houd een net medicatieschema bij, alle medische verslagen netjes in een mapje, vergeet nooit mijn medicatie in te nemen, sla zelden of nooit een kinebeurt over, enzovoort. Logisch dan ook, dat ik tijdens consultaties op de polikliniek vaak complimenten krijg over mijn aanpak, een schouderklopje. En toch…

Tijdens een ziekenhuisopname verloopt alles plots anders. Het is iets gek, paradoxaal en op z’n minst gezegd onaangenaam. Je komt op doorverwijzing van je huisarts aan op de spoedafdeling, gewapend met een verslag van wat de huisarts tevergeefs probeerde om je erbovenop te helpen, een medicatieschema, verslagen van vorige opnames,… Een assistent komt je tegemoet, vraagt je alles uit de brief nog eens te herhalen (ook al snak je naar lucht en ben je allerminst in de stemming om voor te lezen), om vervolgens alles in vraag te stellen wat jij en/of je huisarts verklaren. Want: je bent té ziek. Dit kan bijna niet. Een astma-patiënt die zoveel zuurstof nodig heeft? ‘Ja maar,’ probeer ik nog, ‘ik ben helaas niet zomaar een astma-patiënt’, maar te laat: de zuurstof wordt al ingedraaid naar een beangstigend laag niveau. Tot de verpleegkundigen opmerken dat je saturatie pijlsnel daalt en het koud zweet je uitbreekt in een poging voldoende zuurstof in je lijf te pompen.

 

Ziekenhuisopnames quote

 

Over medicatie dezelfde discussie: ‘Wat een waslijst, en nog steeds er zo slecht aan toe? Dan zal het wel zo zijn dat die medicatie eigenlijk niet werkt, dus gaan we afbouwen.’ Een plan die ik 5 jaar geleden zou toegejuicht hebben, in de hoop van vele bijwerkingen verlost te zijn. Maar intussen puilt mijn medisch dossier uit van gefaalde pogingen, die enkel resulteerden in nog meer nood aan medicatie. Zelfs al protesteer ik met alle lucht die ik nog door mijn stembanden kan jagen, al snel krijg ik de boodschap: ‘Toch nog eens proberen…’. Ik moet je niet vertellen dat dat uiteindelijk weer op een fiasco uitdraait. Vervolgens mag ik ook mijn aerosols niet meer zelf vullen, aan- en afzetten, mijn bloedsuikerspiegel mag ik niet meer zelf controleren en ook insuline spuiten wordt mij uit handen genomen. En om helemaal gek van te worden, willen ze dan bij een astma-patiënt met 30 jaar ervaring toch nog even checken of de puffers wel correct worden ingenomen. Tja… als ik het nu nog niet zou kunnen?!

Wat is het, dat ervoor zorgt dat je bij een opname plots zo paternalistisch behandeld wordt? Wat is het, dat maakt dat stagaires geneeskunde die soms nog maar 1 dag op de dienst longziekten staan, denken dat ze mij moeten uitleggen hoe ik mijn puffers moet innemen? En vooral: waarom steeds die ondertoon van wantrouwen? Omdat ik té ziek ben? Kan iemand dan bvb ook té veel kanker hebben? Of valt dit oordeel alleen over chronisch zieken? Zo vaak voel ik die wantrouwige, bijna beschuldigende blik vol ongeloof priemen boven hun notitieblokken.

Ik kan er op twee manieren op reageren. Of ik onderga het allemaal zonder morren, in de hoop dat ze heel snel zelf inzien dat ik nu eenmaal een geval apart blijk te zijn en erg moeilijk te behandelen. Dan riskeer ik dat er zo met mijn medicatie en zuurstof geprutst wordt (excuseer me mijn harde woorden) dat ik er dagenlang nog zieker van wordt. Of ik protesteer met alle lucht en energie die ik nog nodig heb tegen hun voorstellen en probeer bewijzen aan te dragen voor het feit dat hun plan gedoemd is om te mislukken. Dan word ik uiteraard bekeken als een heel eigenwijze patiënt. Nog minder geliefd word ik, wanneer ik eis dat de professor die mij normaal op de polikliniek behandeld de leiding overneemt. Tot hun verbazing en mijn opluchting, geeft hij me namelijk meteen gelijk en komen we vlot tot een strategie om terug op de been te geraken. Jammer wel, dat ik dan vaak al een dag of 3 veel te veel schaarse energie gestopt heb in het strijden om duidelijk te maken wat ik nodig heb om beter te worden.

Thuis word ik dus verondersteld om alles alleen te kunnen. Ik ben de zieke, het is mijn lichaam en ik moet ervoor zorgen. Ik moet mijn behandeling en verzorging plannen en daar mensen voor inschakelen, ik moet mijn parameters checken en mijn medicatie daaraan aanpassen en ik moet inschatten wanneer ik extra doktersadvies moet inwinnen. Maar zodra ik in het ziekenhuis terecht kom, wordt alles mij uit handen genomen en word ik behandeld en toegesproken alsof ik er helemaal niks van ken.

Ik vraag mij af of er nog chronisch zieken of mensen met een beperking zijn die dezelfde ervaring hebben, en hoe jullie daarmee omgaan? Heel benieuwd naar jullie reacties dus!