Het telefoontje dat geen moeder krijgen wil

Er zijn zo van die dingen die je als moeder liever niet wil meemaken. Met je kind naar de spoed met een jaap in het voorhoofd die genaaid moet worden, bijvoorbeeld. Maar het telefoontje dat ik anderhalf jaar geleden kreeg, sloeg echt alles.

“Hello, is this the mother of Steven?”

Het is halfzes, de avond bereidt zich voor en ik schil de patatjes in de keuken. De huistelefoon rinkelt. Dat moet iets ‘officieels’ zijn, want leuke mensen en relaties bellen ons via gsm. Vijftien seconden nadat ik heb opgenomen lijkt het alsof ik op de noordpool door het ijs ben gezakt: ik versteen van kop tot teen. Tien seconden later gloeit mijn hoofd en ik transpireer uit iedere porie. Letterlijk grijpt de angst me om de keel: sprakeloos, dan stotterend en in een Engels dat lijkt op Chinees smeek ik: “is he alive?”

Aan de andere kant van de wereld, in het andere halfrond, is mijn zoon Steven per helikopter uit een ravijn gehaald, zijn toestand is ernstig, mijn aanwezigheid wenselijk.

Menselijke pudding

Het eerste uur maakt paniek mij abnormaal rustig en doet moederinstinct me logisch denken en handelen: man en dochters bereiken, reisagent bellen, formaliteiten kennen om te kunnen afreizen. En dan zak ik als een pudding in mekaar.

Hoe verwerk je zo’n nieuws, hoe ga je om met die steeds weer de kop opstekende oerangst iemand te verliezen die erg belangrijk is in je leven? Als ik terugblik op die eerste dagen, de eindeloos lange reis, de aanblik van machines en tubes met daaronder bedolven het bewegingsloze lichaam van mijn mooie zoon, de jetlag, het gesprek met de chirurgen en het plotse besef dat vanaf nu alles anders is en zal zijn, dan lijkt dat een beetje op een stille film met veel drama en weinig muziek.

Als ik een poging waag om analytisch verslag uit te brengen van die eerste 100 uren… dan faal ik. Ik herinner me helder als pompwater mijn eerste aanraking met het hulpeloze lichaam van mijn zoon. Zijn eerste blik op mij toen hij wakker werd van een lange, ingewikkelde operatie. Ik zie iedere minuut opnieuw van het gesprek met hoogopgeleide specialisten in dat kleine kamertje, waarna ik huilde alsof ik nog nooit gehuild had. En vanaf dan…

We zijn 14 maanden later en we bereiden ons voor op de thuiskomst van onze zoon, weliswaar als overgangsmaatregel. Want hij moet zo snel mogelijk op eigen wielen staan. Zelfstandig wonen en leven. Het traject ‘telefoontje-Australië-revalidatie-trekjeplanzoon’ is een verhaal van duizend bladzijden. Ik vermoed een verhaal waarin vele moeders zich kunnen vinden die een telefoontje kregen dat ze echt niet wilden krijgen. En ik wil graag lezen hoe die mama’s het hoofd boven water hielden!

Want met ons gaat het goed. Het leven is totaal anders, maar niet slechter. Zelfs misschien wel beter: dieper, voller. Echt anders.

Getekend,

Anne-Marie

Ben jij een mama die zon’ telefoontje kreeg? Of een broer of zus? Een lief? Een beste vriend of vriendin? Hoe heb jij die eerste uren beleefd? Wat is er allemaal veranderd? En hoe gaat het nu met jou?

Deel onze blogs alsjeblieft!

6 thoughts on “Het telefoontje dat geen moeder krijgen wil

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.