Interview met Wietse Vendrig (deel 1)

Wat doe je als danser als je in een rolstoel terecht komt? Kan je dan nog ‘dansen’? Willen andere dansers dan nog met jou het podium op? Geraak je überhaupt nog op een podium? En wat is inclusiedans? We vroegen het aan inclusiedanser Wietse Vendrig…

Dag Wietse, hoe ben je bij inclusiedans terechtgekomen?

Voor ik in de rolstoel belandde, was ik al een danser. Ik was gebeten door beweging, geraakt door de taal van de dans. Eénmaal het duidelijk werd dat ik de rest van mijn leven een rolstoel zou nodig hebben om te bewegen, was mijn grootste frustratie dat ik als danser geen plek meer vond. Ik heb een paar keer rolstoeldansen uitgeprobeerd en dat zal best voor een aantal mensen werken, maar het was mijn ding niet.

Dansen is voor mij essentieel om te overleven. Dankzij mensen die ik al kende uit de dans kon ik hier en daar wel blijven dansen, maar telkens botste ik op hindernissen. Uiteindelijk besloot ik om zelf met een dansmaatje dat ook een fysieke beperking heeft, een dansstuk (Crash Dance 2011-2013) te maken. Dat was het begin van mijn passie voor inclusiedans.

Wat moeten we ons daarbij voorstellen, bij ‘inclusiedans’?

Inclusie vertrekt niet van wat mensen, dansers, gemeen hebben, maar vanuit de mogelijkheden die liggen in de verschillen tussen elkaar. Je vindt er een plek niet omdat je een beperking hebt maar omdat je goesting hebt om te dansen ook al heb je een beperking. Inclusiedans creëert mogelijkheden daar waar anders vaak de danszaal voor je neus wordt dichtgegooid – als je al tot aan de danszaal geraakt. (lacht)

Inclusiedans gelooft in de mogelijkheden die in de beperking toch te vinden zijn en het voornaamste van inclusie is dat er wordt afgestapt van de overtuiging die vaak in het  hoofd van mensen leeft, namelijk dat mensen met een beperking sukkelaars zijn. Die houding spreekt me aan… ik ben een danser, geen sukkelaar! Ik heb mijn onmogelijkheden maar evengoed mijn mogelijkheden en het is heerlijk om daar ruimte voor te vinden, samenwerking voor te vinden, lesgevers, choreografen en een publiek. En er is nog een heel parcours af te leggen. Maar hier en daar gaan er toch al deuren open voor de mogelijkheden, voor de artistieke waarde van inclusiedans, en worden er nieuwe denkpistes in hoofden van dansers en choreografen en publiek bewandeld. En daar werk ik heel graag aan mee!

Ik denk dat mensen met een fysieke of mentale beperking, mensen met een andere kijk op de maatschappelijke norm, oudere mensen… kunnen bijdragen aan de danskunst. Er is potentieel, het is hoog tijd dat een niet zo perfect lichaam toch aan een danser kan toebehoren!

 

Je danst zowel met mensen met een beperking als mensen zonder beperking – wat is het verschil?

Het eerste wat in me opkomt bij deze vraag is: het is genieten! (lacht) Ik heb deze vraag zelf ook eens aan Nele Vanhaeverbeke voorgelegd. Zij is een professionele danser (een laatstejaarsstudent aan het conservatorium in de richting Dans) waar ik het afgelopen jaar meermaals met veel plezier mee heb gedanst. Toen ze me haar antwoord gaf, moest ik bijna glimlachen omdat het zo overeenkwam met mijn eigen antwoord: “Je mag de beperking bij een persoon niet als hindernis zien. Doe je dat wel dan maak je het jezelf erg moeilijk, dan sluit je je af. Als danser word je dan plots zelf ‘beperkter’ in je mogelijkheden.”

Voor mij geldt dat evengoed andersom. Als ik mezelf als een hindernis zie voor de valide dansers, ga ik als tegenreactie proberen om zo goed mogelijk de kwaliteiten van een valide danser te benaderen.  Dat is hopeloos frustrerend! Zo beperk ik mezelf en word ik dus eigenlijk nòg beperkter. Maar als ik daarentegen ‘open’ naar mijn eigen bewegingsmogelijkheden durf te kijken – hoe beperkt die ook in eerste instantie lijken – dan creëer ik nieuwe kansen, bewegingen… Niet alleen voor mezelf maar ook voor de valide dansers! Dan ontstaat er een creatief proces waar oneindig veel in kan ontstaan. Op zo’n moment moeten we als dansers alle methodes die we hebben aangeleerd weer loslaten. Want die werken niet tussen lichamen met mankementjes en getrainde danslijven. Dansen met mensen die een uitgebreid dansvocabularium bezitten is voor mij heel verrijkend en tilt me uit mijn beperkingen.

Er wordt op zo’n repetitie vooral heel veel gelachen, gerelativeerd en opnieuw plezier gevonden in het improviseren. Professionele dansers staan vaak onder enorme prestatiedruk en als ze met ons samen dansen, ontdekken ze vaak terug het plezier van nieuwe bewegingen, van het ontdekken van nieuwe mogelijkheden. Want al die perfecte sprongen en draaien en passen, tja, die werken niet bij ons. (lacht) Die confrontatie benoemen zowel Nele als ik als een soort magie die een mooie, diepgaande samenwerking tot stand brengt. Door te dansen met mensen met allerlei lichamen, bewegingsmogelijkheden en karakters, groei ik als mens.

Niet dat dat altijd simpel is, maar dat moet van mij ook niet. Ik hou wel van een uitdaging. Durven kijken naar beperkingen spiegelt ook de angst van veel mensen om ooit op een dag in een rolstoel te belanden of met beperkingen te moeten omgaan. Dansen met anderen maakt dat ik meer mijn eigen lijf en haar mogelijkheden en onmogelijkheden kan zien en erkennen, en dat ik daardoor mijn eigen danstaal leer verrijken. Die kans krijgen van dansers en choreografen en lesgevers zal mij altijd dankbaar stemmen!

 

Wil je graag meer weten over Wietse Vendrig en inclusiedans? Lees dan volgende week het vervolg op dit interview!


Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.