Recht op een waardig einde

Toen Kristien de blog van Sien over euthanasie las, moest ze meteen denken aan haar patiënten. Kristien werkt namelijk met mensen met depressie en/of angststoornis eventueel in comorbiditeit met ASS. Het psychische lijden van deze mensen kan soms zo groot zijn dat zij ook een euthanasieprocedure starten. En er zijn twee verhalen rond euthanasie die Kristien enorm hebben aangegrepen: dat van Jef en dat van Roseanne.

 

Het verhaal van Jef

Jef (dit is niet zijn echte naam, nvdr) was een jongeman die graag euthanasie wilde want hij kon het leven niet goed verdragen. Er gebeurde te veel, hij wist niet goed hoe om te gaan met al die prikkels. Gezien zijn jonge leeftijd – hij was nog maar net volwassen te noemen – weigerden veel artsen hierin mee te gaan. Er werd voorgesteld eerst nog eens in therapie te gaan gedurende enkele maanden en als dat niet had geholpen dan zouden ze her-evalueren en de euthanasievraag misschien goedkeuren.

Jef was hier al een dikke 3 jaar mee bezig, als ik het me goed herinner. Hij was het dus beu, hij voelde zich onbegrepen en had het gevoel dat niemand wilde geloven dat zijn psychisch lijden zo zwaar was. Niemand kon snappen dat zo’n jonge man geen zin meer zou hebben in het leven. Fysiek was hij toch in orde? Psychisch had hij énorme moeite, maar niks dat enkele therapieën niet zouden kunnen verhelpen, toch?

Uiteindelijk koos Jef ervoor suicide te plegen. Hij was echt ten einde raad. Dus in plaats van een comfortabel levenseinde besloot hij het heft in eigen handen te nemen en zijn leven te eindigen op een veel minder aangename manier.

Voor mij rijst dan de vraag: wie zijn wij om te bepalen of iemand wel of niet over zijn of haar levenseinde mag beslissen? Was er geen mooiere, rustigere, makkelijkere manier geweest om zijn euthanasiewens serieus te nemen, en dan vooral zijn lijden serieus te nemen?

Het verhaal van Roseanne

Daar tegenover staat het verhaal van Roseanne (dit is niet haar echte naam, nvdr) die met dezelfde aanmelding binnenkwam. Wij wilden dit ook niet geloven, of er toch nog alles aan doen om dit tegen te gaan. Na een therapieperiode was ze uitbehandeld verklaard dus werd haar euthanasievraag goedgekeurd. Maar voor ze haar leven eindigde, wilde ze nog graag een reis maken. En wij bleven ondertussen hopen. Na de reis, waar ze vreugde had gevoeld, en het door feit dat we haar niet hadden opgegeven, besefte Roseanne dat ze toch nog kon genieten van het leven, dat er steun was, en hierdoor trok ze haar vraag terug in.

Jef vs Roseanne

Het is gek hoe beide verhalen klinken als ‘hetzelfde’ psychisch lijden, maar dit absoluut niet over dezelfde kam geschoren kan worden. Wat voor de één onomkeerbaar ondraaglijk leiden is, kan voor de ander nog veranderen in nieuwe levenslust.

Waar we het voor de één misschien sneller hadden moeten laten gebeuren zodat een waardig afscheid kon plaatsvinden, is het voor de ander net belangrijk om het nooit op te geven. Het is een moeilijke discussie omdat elk mens verschilt, andere zaken nodig heeft, andere noden.

Wil je meer weten over euthanasie? Lees dan zeker de blog van Sien over de mogelijkheden tot een waardig levenseinde. Zit je met zelfmoordgedachten? Je bent niet alleen! Bel naar 1813 of surf naar zelfmoord1813.be.

Deel onze blogs alsjeblieft!

Jouw kind ziet een rolstoeler op straat: wat nu?

Je loopt als ouder op straat met je kinderen en plots beginnen ze te wijzen naar een vrouw in een rolstoel. Of je staat aan de tramhalte te wachten op de bus, er komt een rolstoeler aan, en je kleintjes vragen luidop waarom die meneer in een stoel zit. Wat doe je dan? Hoe reageer je als ouder? Ontdek hier de praktische tips van onze oprichter Steven.

Wat ouders zeker niet moeten doen

Het valt mij vaak op dat ouders veel slechter reageren op iemand in een rolstoel dan hun kleintjes. Burugo schreef er onlangs nog over: sommige ouders geven hun kind een mep. Gelukkig heb ik dat zelf nog niet meegemaakt, maar ik heb wel al ouders geweten die hun kind hardhandig bij me wegtrekken zodat het kind in huilen uitbarst. Dat maakt de situatie voor iedereen alleen maar erger: het kind weet niet wat het ‘fout’ deed en loopt te huilen, als ouder ben je beschaamd omdat iedereen kijkt, en ik in mijn rolstoel vindt het vreselijk dat dit allemaal gebeurt gewoon omdat ik erbij ben. Doe het dus niet!

Wat ik ook al heb meegemaakt is het tegenovergestelde: ouders die alleen nog maar sorry zeggen – sorry voor alles, excuseer voor het staren, pardon voor mijn kind. Dat hoeft nu ook weer niet. Jouw kind doet niets verkeerd, het is gewoon nieuwsgierig.

Er zijn ook ouders die de hele situatie negeren, doen alsof ik er niet ben en hun kind niks gezegd heeft. Dat lost ook niets op. Het kind blijft met vragen zitten en ik voel me er weer onzichtbaar door…

Iets waar ik ook een grote hekel aan heb, zijn ouders die hun kind vertellen hoe moeilijk ik het wel niet heb en die mij dan komen ‘feliciteren’ met het feit dat ik het ‘zo goed doe’ en dat ik ‘durf buiten te komen’. Alsof ik een kind ben dat net heeft geleerd om zijn jas aan te doen of zijn veters te knopen. Ik ben een volwassen man, ik heb dat soort neerbuigende complimentjes niet nodig.

Maar wat dan wel? Hoe kan je als ouder wél goed reageren op iemand in een rolstoel?

Wat ouders zeker wél kunnen doen

Doe normaal. Het klinkt gek, maar voor mij is die rolstoel heel gewoon – ik zit er namelijk alle dagen de hele dag in. Leg aan je kind uit dat ik in een rolstoel zit omdat ik mijn benen niet kan gebruiken en dat ze me kunnen helpen door me bijvoorbeeld de ruimte te geven om te kunnen draaien in de winkel, niet voor te voordringen bij het oversteken op een drukke plaats, en op te staan van de klapstoeltjes op de bus als ik op de voorbehouden plaats wil gaan staan.

Je moet ook beseffen dat kinderen, en dan vooral kleuters, niet beseffen dat ze aan het staren zijn. Zij kijken gewoon naar wat ze interessant vinden. Wil je dus dat ze hun blik afwenden, word dan niet boos maar leid hen af met iets anders dat je ziet (“Heb je de grote bus gezien?”).

Lees ook zeker de tips van Sien een keer, ik ben het er volledig mee eens. Vooral het glimlachen, je hebt er geen idee van hoe hard dat helpt om de situatie te ontdooien.

Ik ben er ook een grote voorstander van dat je op een beleefde manier vraagt of je kind een paar vragen mag stellen. Als ik tijd heb (dus niet als ik op het punt sta om op de bus te stappen) dan beantwoord ik met plezier de nieuwsgierige vragen van je kind. Daar draait inclusie in de maatschappij ook om hè, dat je kinderen van kleins af aan weten wat een rolstoel is en hoe ze zich op hun gemak kunnen voelen rond iemand die ‘anders’ is.

‘De rolstoeler’ bestaat niet

Het is verleidelijk om te denken dat alle mensen in een rolstoel het prima vinden dat je hen benadert met vragen… maar dat is niet zo. Ik vind het bijvoorbeeld prima om kinderen die ik niet ken te woord te staan, maar ik ken andere rolstoelers die het helemaal niet fijn vinden om op straat te worden aangesproken. Vraag daarom altijd eerst beleefd of het stoort dat je kind een paar vragen stelt. Is het antwoord ‘liever geen vragen’, voel je dan niet aangevallen. Laat die persoon dan gewoon met rust. Maar de kans is groot dat het iemand is zoals ik, die een paar vragen helemaal niet vervelend vindt.

Het is wel jammer dat je dat niet op voorhand weet. Ik kan begrijpen dat ouders dat een moeilijke stap vinden om me aan te spreken. Eigenlijk zou ik een soort sticker willen hebben, of een icoontje op mijn jas of stoel, waarmee ik aangeef dat mensen me vragen mogen stellen. Dat ze me kunnen aanspreken, als een soort ‘rolstoelambassadeur’. Misschien is dat wel een idee voor een volgend project?

Wat denk jij? Zou jij het een goed idee vinden om zo’n ‘ambassadeursticker’ te lanceren? Laat het ons weten in de comments of op onze Facebook-pagina.

Deel onze blogs alsjeblieft!

Mijn diagnose: HSP en bipolair

Ook al zijn we allemaal bekend met gedachten, emoties en observaties, het fenomeen erdoor overweldigd te worden, is taboe. Wat mensen wel begrijpen, zijn diagnoses – want diagnoses zijn ‚echt’. Dit is Sanne, en zij vertelt openhartig over haar diagnose.

Op 21 december werd ik wakker en alles was donker. Alles was donker in mij. Er drukte een zwaarte op mij die me vastkluisterde tussen de lakens. Slechts één gedachte drong zich op: Ik wil weg. Weg van hier. Weg van mezelf. Ik lag bedolven onder een berg van gedachten, emoties, observaties en al die kleine dingen die ik me eigen had gemaakt. Maar dit fenomeen bleek al gauw taboe om over te praten. Waar mensen wél voor open staan, zijn diagnoses – want diagnoses zijn ‚echt’.

Ik ben Sanne, en mijn diagnose heet ‘hoogsensitief en bipolair’.

Een fijn zeefje vs een grof vergiet

Toen ik 17 was betrad ik voor het eerst de wereld van de psychotherapie. Ik studeerde Woordkunst-Drama, en theater is in contact staan met de wereld rondom ons én onszelf. Het is observeren en met het observatiemateriaal aan de slag gaan. Kijken, voelen en alles eruit gooien. Dat was veel om mee om te gaan. ‚Hoogsensitiviteit’, was toen het antwoord dat klonk.

Jullie kennen sensitiviteit vast, aangezien we allemaal mensen zijn met een zenuwstelsel en emoties. Onze hersenen werken als een zeef en prikkels zijn als zandkorrels. Maar sommige mensen hebben een fijn zeefje dat selectief te werk gaat, anderen lopen rond met een vergiet dat alles binnenlaat. Dat is onze sensitiviteit. Het komt in alle maten en vormen, want ook al zijn we gemeenschappelijk ‚mens’, we zijn ook zeer individuele mensen. Met wetenschappelijke termen heet dat ‚Sensory Processing Sensitivity’. Oftewel, hoeveel zandkorrels er binnenkomen. ‚Emotionele reactiviteit’ heet het effect dat die zandkorrels op ons hebben. Ik heb een vergiet in mijn hoofd, het sorteert niet zo fijn. En mijn emoties zijn navenant.

Er bestaat een vragenlijst die gebruikt wordt om die gevoeligheid in kaart te brengen. De vragen die in die lijst worden gesteld, schetsen een mooi beeld van wat die gevoeligheid juist inhoudt. „Ben je snel overweldigd door zintuigelijke impulsen?” „Merk je snel details in je omgeving op?” „Ben je gevoelig voor de emoties van anderen?” „Ben je snel geroerd door kunst - muziek, films, verhalen, …?”

Mijn innerlijk strand

Als de zandkorrels komen binnendruppelen, kan dat mooi zijn. Kleine details maken het leven mooi. Het paars van een lavendelveld - visueel. De geur van koffie – geurzin. Die ongelooflijk zachte trui of de huid van een geliefde – tastzin. Zolang de zandkorrels klein en handelbaar zijn, is het prachtig. Details die anderen voorbij gaan, merk ik op. Daarom hou ik van theater. Het is een spel met het visuele en gehoorzin, het fysieke en het emotionele. Soms subtiel, soms uitgesproken. Mijn observaties zijn scherp, want de kern zit in details. Ik zie zowel de boom, als de nerven van elk blaadje. Daarbij werkt elke zandkorrel als een inspiratie voor analyses en creativiteit. Want alle zandkorrels zijn samen één volledig strand, en zand is kneedbaar. Elke korrel die binnenkomt, wordt op de juiste plek gelegd op het strand – in verband gebracht met een groter geheel. Ik heb veel korrels om mee aan de slag te gaan, dus mijn strand is een zeer weidse plek.

Alle korrels zijn gelijk, maar sommige zijn meer gelijk dan andere

Soms verlies ik controle over al die korrels. Dan geven ze me te veel energie. Dan blijf ik te lang met dezelfde korrel in mijn handen zitten, want ik zie verbanden met alle andere korrels. Logische verbanden, die kort gelegd worden. En verbanden die ver en uitgerekt zijn. Dan slaap ik slechts enkele uren, want ik probeer te begrijpen en te uiten wat er in zit. Ik probeer dat strand te schetsen, met woorden en met beelden of met welke vorm van creativiteit. Ik heb lange gesprekken met mezelf en met anderen, en wat logisch klinkt voor mezelf, is koeterwaals voor de ander. Mijn woordenstroom verliest alle zicht op snelheidscontrole en logica. Ik wentel me in mijn strand, maniakaal. Dan gaat alles aan topsnelheid, mijn creativiteit, mijn tempo, mijn gedachten. De spanning kruipt in mijn lichaam, mijn spieren moeten bewegen, ik moet dansen, ik moet mensen ontmoeten, ik moet ideeën opslorpen, ik moet filosofieën wisselen, ik moet feesten, ik moet schrijven, ik moet opruimen, ik moet de slaapkamer schilderen, ik moet op reis gaan, … Ik moet exploderen.

Explosie naar implosie

In termen van bipolariteit heet dit een ‘manische periode’, al zijn daar ook verschillende gradaties en vormen in. Er zijn mensen die alle controle verliezen en zich laten gaan in hun impulsiviteit. Ze verkopen al hun bezittingen, verdwijnen met de noorderzon, verliezen zich in projecten, verbranden bruggen, gaan op in losse seksuele contacten, etc.

We zijn allemaal anders. Ik ben niet zo extreem, dus als ik zogenaamd manisch ben, valt het niet zo op voor mijn omgeving – op enkele goede vrienden en familie na. Ik lijk gezond en gelukkig. Ietwat bizar, misschien, maar positief. Ik bruis van het leven, dat is een teken van gezondheid. Ik lijk productief, ook al wordt niets afgewerkt. Ik zie er gelukkig uit, beweeglijk, gezond. Maar explosies zijn destructief, en die destructiviteit wordt vaak over het hoofd gezien want de schade is persoonlijk. Ik geloof dat ik middenin de opbouw van een gigantisch en prachtig gedetailleerd zandkasteel zit, tot ik de chaotische werkelijkheid zie. Een grote hoop zand, met duizenden verschillende korrels die overal verspreid liggen. Losse eindjes zonder resultaat. En dan komt de keerzijde, want als er zoveel binnenkomt, wordt het ooit te veel.

Dan implodeer ik. Dan zijn de openingen in mijn vergiet verstopt door al die zandkorrels die binnen willen komen. Alles in me kaatst een pertinente ‚NEE’ terug. Alle verloren uren slaap moeten worden ingehaald. Mijn brein is overhit en kan zelfs simpele beslissingen of vragen niet aan. Confituur of choco? Koffie of thee? Slapen of waken? Welk woord? Welk gevoel? Net zoals er niets binnenkomt, gaat er niets naar buiten. De verstopping koppelt me los van de buitenwereld én van mezelf. Na alle veelheid komt Het Grote Niets. Ik ben niets. Dat zijn depressieve periodes. En die zijn wel zichtbaar, die zijn wel merkbaar. Maar wat zovelen ook beweren, er is geen standaard remedie – het is niet zo evident om ‚gewoon uit bed te komen’. Opstaan, douchen, eten, leven, alles valt even stil. Ontprikkelen, dat is al wat kan en moet. Om door al dat zand het strand weer te kunnen zien.

Bedolven onder mijn zandkasteel

Op 21 december werd ik wakker onder een berg zandkorrels. Onder een hoop donkere zwaarte die me neerdrukte. Ik had net enkele weken op volle toeren geleefd. Ik had me gesmeten in nieuwe ontdekkingen, ik volgde mijn intuïtie van het ene project in het andere. Een cursus hier, een theaterproductie daar, een nieuwe job, een druk sociaal leven, losse en vaste ontmoetingen, de wereld lag aan mijn voeten. Tot er enkele klappen kwamen, en ik was opgebruikt en uit mezelf gekatapulteerd.

Het resultaat waren paniekaanvallen bij de kleinste prikkel, uren en dagen onafgebroken slaap en een overdonderende verdoving. Ik moest me terugtrekken, opsluiten, ontprikkelen. Maar leg dat maar eens uit aan je werkgever. Want deze ziekte is niet meetbaar. Er was geen thermometer die deze koorts mat. Mijn bloedwaarden waren op peil. Deze ontsteking was onzichtbaar, deze zweer zat op mijn emoties en zintuigen.

Er rust een grote taboe op het onzichtbare, omdat we vaak zo gefocust zijn op het zichtbare. Net als mensen met een fysieke beperking vaak worden bestempeld als een ‚zieke’, een hulpbehoevende, worden mentale en emotionele eigenaardigheden onbegrepen wegens onzichtbaar en onmeetbaar. ‚Eerst zien en dan geloven.’ Het is een kortzichtige manier om naar de wereld te kijken; het snijdt een veelheid van onze beleving weg en laat een gapende leegte, een blinde vlek. Want wat niet zichtbaar is, is daarom niet afwezig.

Die nieuwe job haakte al snel weer af. Vrienden verdwenen van het toneel, want het kost moeite om zowel de berg zandkorrels als degene die eronder ligt te begrijpen. En toch waren er die enkelingen die begrepen dat er niet meer nodig was dan slechts aanwezig zijn. Dat het harde werk van mijzelf moest komen, want degene die bedolven is, is de enige die zich kan uitgraven.

Met elke val en elke vlucht de hoogte in, leer ik meer over mezelf en over mijn omgeving. Over mijn sterktes en zwaktes, en hoe die zwaktes ook sterk zijn. Ondertussen zijn we weer enkele maanden verder en ik sta weer op twee voeten, met het zand tussen mijn tenen en een weidse blik vooruit. Voetje voor voetje, stap voor stap. Ik ben er weer klaar voor. En ik sta niet alleen.

Groet, Sanne

Wil je meer weten over hoogsensitiviteit, dan kan ook het interview lezen met Toni De Coninck over zijn boek De Windvanger. Worstel je zelf met vragen en zoek je professionele hulp, aarzel dan zeker niet om contact op te nemen met een gespecialiseerde psycholoog in je buurt.

Deel onze blogs alsjeblieft!

Energiepijl op knipperlicht

Ondertussen geeft Kristien een dikke twee jaar therapie aan o.a. mensen die vanuit een burn-out in een depressie belanden. “Niemand uit mijn omgeving begrijpt mij”, heeft ze wel vaker gehoord. “Ach, trek je dat niet aan” is dan vaak haar antwoord. Totdat ze plots zélf thuis zit…

Ongeveer twee maanden geleden, van vandaag op morgen, voelde ik me plots niet goed. Een griepje of zo dacht ik. De dokter wist dit meteen te doorprikken met de vraag “Ervaar je de laatste tijd soms veel stres?”.

Stress, ik? Het lachen verging me meteen. Stress, ja ik!

Meteen werd ik twee weken thuis geschreven en dit werd steeds verlengd. De eerste twee weken voelde ik me vooral slecht, het werd precies slechter door thuis te zitten. Ik kon niet meer veel, kreeg snel ademproblemen en benauwdheid als ik nog maar iets moest regelen.

Daarna kwam het eigen ongeloof: Ik kan niet gaan werken, maar ik kan wel hier thuis wandelen met de hond of op een podium staan en acteren?

Het moment dat ik dat eindelijk doorworsteld had en quasi aanvaard had (de ene dag iets meer dan de andere), dan kwam ook nog het onbegrip van de omgeving: “Allé, je straalt vandaag! Je hebt toch nog de herneming van heel dat theaterstuk kunnen organiseren en regelen, het gaat dus wel weer beter eigenlijk? Wanneer ga je terug werken? Hoezo, je kan nog niet gaan werken? Dat snap ik niet…”

Awel, lieve mensen, dat snap ik zelf ook niet!

Het ene moment heb ik energie voor 100, het volgende moment heb ik energie voor drie. Het is een knipperlichtrelatie op dit moment met mijn eigen energiepeil. En er is geen touw aan vast te knopen! Op dit eigenste moment voel ik dat mijn hoofd zwaarder word, een druk boven mijn ogen, mijn hart begint sneller te slaan, benauwdheid op de borst omdat ik een blik werp op de tijd en de e-mails die nog op mij staan te wachten om nog maar te zwijgen over telefoontjes die ik nog moet doen i.v.m. de herneming van het theaterstuk dat alweer voor de deur staat…

Eigenlijk zou ik nu in mijn bed willen kruipen, even willen slapen en rusten, maar het is alsof het niet mag van mezelf: ‘er moet nog zoveel’.

Stress, ik? Stress, ja ik!

Het is niet makkelijk om dit uit te leggen aan mijn omgeving, ik weet gewoon niet hoe. Vanbinnen voel ik me leeg, op, maar vanbuiten straal ik met momenten, of forceer ik en zet ik door. Graag zou ik al mijn ‘moetens’ eens even afgeven en heel hard schreeuwen: ‘het is te veel!’, zodat iedereen eindelijk eens luistert. En gewoon enkel nog leven vanuit de energie die ik voel als ik dan daadwerkelijk op dat podium sta. En gewoon kan zijn in het moment, in de rol, waar geen duizend-en-één dingen door mijn hoofd razen van alles wat nog niet af is, waar ik alles rond me heen vergeet, waar het enige is dat telt: dit, spelen, acteren, in het nu, op het podium. Waar iedereen even stil is, en luistert, écht luistert naar wat ik te zeggen heb.

En daar op dat moment aanvaard ik mezelf ook meer dan ooit, valt alles weg en ondanks de rol die ik speel, de dans die ik wals, kan ik toch dan het meest mezelf zijn…

Ervaar jij ook soms zo’n momenten dat je jezelf onbegrepen voelt door iedereen rond je heen, maar dan toch ook weer kracht kan halen uit bepaalde zaken die je doet? Wanneer voel jij die energie die ik voel wanneer ik op een podium sta? Wat is jouw kracht?

Deel onze blogs alsjeblieft!

REVA: een dag vol emoties

Voor het eerst een dagje op de REVA-beurs staan als mantelzorger, het is niet niks. Dat ondervond Laura, jongste zus van onze oprichter Steven, toen ze samen met haar broer op de stand van MAKT stond. Dit is haar ontwapenend eerlijke verslag van die dag.

Zaterdagochtend, roadtrip naar Gent: REVA-beurs, here we come! Snel nog even alle elementen overlopen, de gesprekstechnieken oefenen en sales must do’s herhalen in het hoofd.

We komen aan en maken de stand in orde. Ieder detail moet kloppen: alle flyers symmetrisch en mooi gepresenteerd, de broek in de juiste vorm geplooid op de tafel. Dan is het zo ver. De eerste mensen komen voorbij, al snel lukt het me om een praatje te maken en de uitleg te geven. De eerste spanningen verdwijnen stilaan en ik probeer contact te leggen met de voorbijgangers.

Van verkoop naar vertwijfeling

Maar al snel merk ik dat de sales-aanpak die ik zo gewoon ben niet bij iedereen werkt. Hoe verder de dag vordert, hoe moeilijker het wordt. Ik begin te twijfelen over alles wat ik doe.

“Praat ik best tegen de begeleiders/ouders/partner of de persoon die onze producten zou kunnen gebruiken? Als ik enkel tegen de personen met een beperking praat, sluit ik dan de anderen uit (en omgekeerd)? Moet ik me op dezelfde hoogte zetten om oogcontact te maken? Of juist niet, is dit dan niet respectvol ? Ik mag niet te veel medelijden tonen, maar is dit dan niet apathisch? Hoe praat ik over het accident van mijn broer in zijn bijzijn?….” .

In de late namiddag krijg ik een klopje en nemen mijn emoties de bovenhand. Ik word geconfronteerd met zo veel verschillende personen met elk een apart verhaal en een andere situatie. Heel de dag door hoor ik verhalen die (voor mij persoonlijk) heel aandoenlijk en moeilijk waren. Ik zie ouders die er alles aan doen om hun (soms te jong) kindje met een beperking alles te geven en om ze zo gelukkig mogelijk te zien. Ik zie sterke mensen die zich niet laten doen desondanks de vele tegenslagen, en die met innovatieve ideeën komen.

En daar sta ik dan, gezond en wel, de wereld aan mijn voeten. Schuldgevoelens nemen de bovenhand.

Een echte ‘Claeys’

Ik drink een koffie en ga terug aan het werk. Want wij zijn ‘Claeyskes’. Wij geven niet op.

Even gaat het beter, ik begin de mensen te begrijpen en lijk me minder zorgen te maken. Ik sta hier om mensen een super oplossing te bieden! Ik voel me terug on top of the game. Fiere jonge zus, volledig overtuigd van de filosofie van MAKT. En de mensen zijn helemaal mee en we krijgen enorm veel positieve reacties.

Alles loopt vlot, tot er een groep kindjes voorbij komt. Mijn hartje breekt in 1.000 stukjes. Kleine rolstoelen met leuke Disney-figuren op de wielen, lachende gezichtjes terwijl ze smullen van de ijsjes die ze haalden bij de stand over ons. Alle emoties kwamen naar boven. Wat maakt dat ik het hier zo moeilijk mee heb? Deze kindjes zien er zo gelukkig uit. En toch heb ik als buitenstaander allerlei gevoelens die ik niet kan plaatsen…

Kortom, het is een zware dag. Een dag vol zelfrelectie en emotie.  Maar al bij al is het ook een dag met heel veel voldoening. En is het een dag van een fiere zus en haar grote broer…

Wanneer heb jij voor het laatste je eigen emoties overwonnen om een familielid of vriend bij te staan? Laat het ons weten met een comment hieronder of op onze Facebookpagina!

Deel onze blogs alsjeblieft!