Epidemie met een beperking

Zoals jullie ongetwijfeld al weten zal ook België niet gespaard blijven van het coronavirus. Omdat personen met een beperking behoren tot de risicogroep leek het mij een goed idee een blog te schrijven waarin ik wat meer informatie geef. Ik volg namelijk al van december de ontwikkelingen rond het virus op, waaronder de medische studies en de officiële verklaringen van overheden en (internationale) instellingen.

 

Laten we beginnen bij het begin. Maggie De Block vergeleek het virus vaak met de griep, maar wat zeggen de cijfers eigenlijk? Laten we kort een vergelijking maken op basis van besmettelijkheid en Dodelijkheid. Dit moeten we doen aan de hand van percentages omdat het een nieuw virus is dat nog maar drie maanden bestaat en we dit dus niet kunnen vergelijken met een ziekte die al heel de wereld rond is gegaan, al heel lang bestaat en ook al lang over zijn hoogtepunt heen is.

  1. Besmettelijkheid

de besmettelijkheid van een ziekte wordt in de medische wereld aangeduid met R0. Het cijfer van de R0 geeft weer hoeveel personen een besmettelijke persoon gemiddeld besmet. Bijvoorbeeld een R0 van 2 wil zeggen dat elke besmette persoon gemiddeld twee nieuwe personen besmet.

De R0 van de seizoensgebonden griep is 1.28 .

Ter vergelijking wordt de R0 van het coronavirus geschat te liggen tussen 4 en 7.

Het nieuwe corona virus is dus 3-6 keer besmettelijker dan de griep. Dit is de reden waarom het zich zo snel weet te verspreiden. Om de epidemie te voorkomen/stoppen moeten we de R0 laten dalen tot minder dan 1. Vandaar de quarantainemaatregelen en het afgelasten van activiteiten met grote groepen personen.

Net zoals de griep besmet het coronavirus mensen via droplets. Dit zijn kleine druppeltjes vocht die het virus bevatten. Vandaar dat mensen besmet kunnen raken door iemand die hoest of niest. Het virus overleeft ook op niet-organische oppervlakken, maar hoe lang staat nog ter discussie. Andere virussen van dezelfde groep kunnen tot zeven dagen overleven en we nemen dus best aan dat dit ook geldt voor het nieuwe coronavirus.

Nieuwe studies wijzen uit dat het virus in bepaalde gevallen ook kan besmetten zonder droplets en dus via de lucht. Dit is belangrijk om te weten om jezelf te beschermen. Bij droplets is een afstand van 2 m meestal voldoende om niet besmet te raken, maar bij verspreiding via de lucht kan het zelfs verder dan 10 m nog besmettelijk zijn. Dit is niet het geval bij de griep.

 

  1. Dodelijkheid

De dodelijkheid van een virus wordt weergegeven in percenten. Er zijn verschillende manieren om dit weer te geven, maar omdat het coronavirus nieuw is gebruiken we best het Case fatality Rate (CFR) Dit is de proportie van personen die binnen een vastgestelde periode overlijden. De case fatality rate wordt als volgt berekend: aantal overleden patiënten / aantal patiënten gediagnosticeerd met de ziekte x 100%.

De CFR voor de seizoensgebonden griep ligt rond 0.3% .

De CFR van het nieuwe coronavirus wordt geschat rond de 3.5% te liggen.

Het nieuwe virus is dus meer dan 10x dodelijker dan de griep. Het is echter wel heel moeilijk een CFR te berekenen bij een nieuw virus omdat de kans groot is dat niet alle besmettingen en niet alle overlijdens door het virus worden gedetecteerd. We zullen het echte percentage pas echt kennen na het einde van de epidemie.

Een van de grote bezorgdheden bij dit nieuwe virus is de druk op het gezondheidssysteem. Doordat het aantal zware complicaties enorm groot is bij het nieuwe coronavirus (rond de 20%) bestaat de kans dat er niet genoeg middelen en/of bedden beschikbaar zullen zijn. Dit is momenteel al het geval in bepaalde delen van Italië. Wanneer er tekorten zijn zal de dodelijkheid van het virus de hoogte in schieten omdat niet iedereen dan de zorg kan krijgen die ze nodig hebben.

Er zijn nog een hele hoop andere factoren die het virus onderscheidt van de seizoensgebonden griep zoals het feit dat er nog geen vaccin is voor het nieuwe coronavirus, de wereldbevolking geen massa-immuniteit heeft tegen het coronavirus en wel tegen de griep, er nu al tekorten zijn van het materiaal dat nodig is bij het behandelen van het virus en de complicaties die zich kunnen voordoen…


Wat te doen?

Doordat mensen met een beperking vaak een zwakkere gezondheid hebben horen ze tot de risicogroepen voor infectie én zware complicaties. Het is dus belangrijk dat personen met een beperking heel voorzichtig zijn en zich goed voorbereiden. Welke stappen worden er best genomen?

  1. Vermijd sociale aangelegenheden, zelfs deze met familie of vrienden die gezond zijn. Personen kunnen besmet en besmettelijk zijn, zelfs wanneer ze geen symptomen vertonen. Vermijd dus zoveel mogelijk contact met andere mensen.
  2. Leg een voorraad aan van medicatie en verzorgingsmateriaal. Door de wereldwijde verspreiding en de quarantainemaatregelen die het met zich meebrengt ligt de productie van medicatie en materialen voor verzorging en bescherming grotendeels plat. Bereid je dus voor op een tekort aan medicatie en materialen!
  3. Leg een voorraad aan van voedsel dat lang houdbaar is. De kans dat in België quarantainemaatregelen zullen worden genomen is zeer groot. Zorg dus dat je eten (en drinken) hebt voor een quarantaine die langer duurt dan 1 incubatieperiode. Officieel is een incubatieperiode gelijk aan 14 dagen, maar studies wijzen uit dat de incubatieperiode tot 27 dagen lang kan zijn. Als deze studies worden bevestigd zal de quarantaineperiode ook worden verlengd tot 27 dagen of langer. Het is belangrijk dat je je voorbereidt, zodat jullie aankopen niet moet doen tijdens een paniekstormloop op de winkels.
  4. Breng iedereen in jouw omgeving op de hoogte van de risico’s die de ziekte voor jou meebrengt. En vraag hen zich te ontsmetten en/of hun handen te wassen en indien mogelijk een masker op te zetten wanneer ze op bezoek komen en bezoek uit te stellen wanneer ze zich niet 100% voelen.
  5. Panikeer niet en volg de informatie en berichtgeving rond het virus van officiële bronnen op.

Als je graag de bronnen die ik gebruikte raadpleegt of meer informatie zoekt kan je hier terecht :
https://www.youtube.com/watch?v=5lwvZnKPOo8&feature=youtu.be

En hier vind je de officiële website van de Belgische overheid :
https://www.info-coronavirus.be/nl/



Deel onze blogs alsjeblieft!
Tweet 20

Lolstoel

Mijn zoon is net 4 jaar geworden. In opperste euforie meandert hij fier door de tsunami aan geschenken die zich als een olievlek chaotisch verspreid heeft over de volledige leefruimte. Zijn ogen scannen de kamer, beoordelend welke verpakking hij het eerst zal verscheuren. De ganse familie is aanwezig. Hij geniet ten volle van alle gecomprimeerde aandacht.


Ik kijk een beetje meewarig toe vanuit de rolstoel, probeer nostalgisch de herinneringen aan mijn verjaardagen als kind terug voor de geest te halen. Ik heb eigenlijk nooit begrepen waarom verjaardagen moeten gevierd worden. Ben je jong, wil je alleen maar volwassen worden. Ben je de volwassen fase voorbij, verlang je terug naar de jeugd. Maar toch vieren we. Misschien omdat bepaalde feiten ondertussen ook verjaard zijn. In het geval van mijn zoon beschouw ik de slapeloze nachten, overvolle luiers, onvoorspelbare huilbuien, enz.. als verjaard. Een reden tot feest dus.

Het lijkt of mijn zoon zich te midden van die decadente overdaad gewag maakt van mijn gedachten. Heel even kruist ons gezichtsveld. Toch pauzeert hij zijn veroveringstocht en fladdert mijn richting uit. ‘Papa, waalom zit jij in een lolstoel’ (de “r” uitspreken is nog moeilijk). Een vraag die hij sinds mijn aandoening vrij regelmatig stelt, maar waarop hij mijn antwoord schijnbaar steeds lijkt te vergeten. ‘Papa is verlamd, jongen’, luidt mijn standaard repliek. ‘Waalom is papa vellamd?’, is zijn tweede voorspelbare vraag. ‘Papa is ziek geworden’, antwoord ik ondertussen quasi op automatische piloot. ‘Ah’, zegt hij kordaat en net voordat hij zich wil omkeren vraagt hij schoorvoetend op fluisterende toon: ‘papa, is jouw ziekte dan besmettelijk?’ Een vraag die ik niet direct zag aankomen en me even uit mijn lood dreigt te slaan. ‘Neen jongen, niet bang zijn, mijn ziekte is niet besmettelijk’, wil ik hem vaderlijk geruststellen. ‘Ah’, repliceert hij duidelijk opgelucht en geeft me een innige knuffel en kus. Een voorwaardelijke daad van liefde die hij zonder mijn zegen niet had durven geven.

Dan bevrijdt hij zich uit de omknelling, kijkt nog vluchtig schamper op, de radartjes in zijn brein draaien zichtbaar overuren en even lijkt het of hij mij zelfs wil troosten en er een volwassen empathisch moment volgt. Maar vrijwel onmiddellijk daarna verschijnt dan toch die vertrouwde, ondeugende glimlach: ‘papa zit in een kakalolstoel !’, roept hij. Waarna hij zich zonder omkijken als een roofdier op zijn cadeaus stort. Ik moet even bekomen, maar slaak al snel een duidelijk hoorbare zucht van opluchting. Hij is gelukkig nog steeds een kind. Moeilijke vragen tackelen we later wel.

 

Ivan

Deel onze blogs alsjeblieft!
Tweet 20

openbaar vervoerd

“De trein komt aan in Brussel-Noord”, wordt omgeroepen. De pendelaars om me heen zetten zich recht en stappen van de trein. Ik niet: ik wacht tot het NMBS-personeel er is dat ik twee dagen eerder gereserveerd heb.





Ze helpen me – bijna altijd met de glimlach, geen kwaad woord over hen – met mijn rolstoel van de trein door een plank te leggen om het gat tussen trein en perron te overbruggen.

De pendelaars die net afgestapt zijn en dezelfde bestemming als ik hebben – Antwerpen Centraal – springen 9 minuten later op de trein richting Antwerpen. Ik niet: de NMBS rekent een kwartier voor een overstap van een person met beperkte mobiliteit. Ze brengen me naar het perron, waar ze bij me wachten terwijl we naar de stilstaande trein kijken waar de andere reizigers op stappen. Daar kan ik toch nog op, denk en zeg ik, maar ik krijg een kordate nee. Dat mag niet. 15 minuten is de regel. En dus rijdt de trein voor ons weg, terwijl ze me alleen laten en ik de krant bovenhaal om een half uur te wachten op de volgende trein.

Die absurde situatie is een van de redenen waarom ik niet graag meer de trein neem sinds ik rolstoelgebruiker ben. Maar ik doe het wel, wanneer mijn werkuren zich ertoe lenen. Dan vertrek ik ’s ochtends in alle vroegte en als alles meezit rij ik 2,5 uur later de redactie binnen. Dat is lang, maar ik sta daar niet alleen in, dus daar ga ik niet over klagen. Wat ik wel betreurenswaardig vind, is dat ik een half uur in de kou moet zitten door regels die op niet slaan – ik moet bijvoorbeeld altijd op het perron wachten zodat ze mij gemakkelijk kunnen vinden – en ik nooit eens op het laatste moment kan beslissen om de trein te nemen.


Het maakt ook dat ik vanaf de middag op het werk gestresseerd ben. Zenuwen zijn nochtans zeldzaam bij mij, ik ben nogal rustig van aard, maar het vooruitzicht van ’s avonds de trein weer naar huis te nemen brengt stress in mij naar boven. Want dan moet ik minstens 3 uur op voorhand kunnen inschatten om hoe laat ik klaar ga zijn met de artikels die ik die dag aan het schrijven ben en op tijd bellen om de assistentie te reserveren. Dan moet ik hopen dat de tram naar het station niet te laat is. Dan moet ik hopen dat er bij het assistentiepersoneel niets veranderd is en er nog ruimte is om mij op de trein te helpen. Als dat niet het geval is, moet ik in het station wachten tot ze wel eindelijk tijd voor mij hebben. En dat kan lang duren, zo bleek onlangs nog maar eens, toen ik er een uur nutteloos in het rond zat te kijken. “Doe dan een wandeling”, zou je denken. Maar dat kan niet: je moet op de afgesproken plaats blijven voor wanneer de assistentiemensen tijd hebben. Boeiende avond wel, toen, met vier jongeren die voor mijn neus begonnen te vechten en een vrouw die haar pas gekochte wafel pardoes op de grond liet vallen en niet genoeg cash geld had om een nieuwe te kopen, met zware onderhandelingen met de wafelverkoopster als gevolg. Ze kreeg geen nieuwe. Het leven kan zwaar zijn.

Wanneer dan blijkt dat de ‘treinstellen van de toekomst’ opnieuw niet toegankelijk zullen zijn, word ik daar kwaad van. Is het dan zo moeilijk om een trein bijvoorbeeld uit te rusten met een uitschuifbare plank, om de ruimte tussen perron en trein te overbruggen? Of eenvoudiger: de hoogte van de perrons afstemmen op die van de treinen? Een geldkwestie kan het toch niet zijn: als je dan toch overal ten lande perrons verhoogt, kost het toch geen euro meer om dat meteen op de goede hoogte te doen? Bovendien zullen niet alleen rolstoelgebruikers, maar ook blinden en slechtzienden, oudere mensen die niet goed meer te been zijn en ouders met buggy’s er vaker de trein door nemen. Dat betaalt zichzelf dan toch terug, niet?

Guy

Deel onze blogs alsjeblieft!
Tweet 20

WAAROM?

Net zoals peuters zo’n “waarom?” fase hebben, heb ik er momenteel ook één. Normaal gezien sta ik niet te veel stil bij de dingen, het is wat het is. Maar de laatste dagen loop ik mij (eigenlijk rol ik mij) over van alles en nog wat vragen te stellen. Het grijze weer zit er inderdaad voor iets tussen, al deed het zonnetje in Nieuwpoort wel deugd!

 
Jammer genoeg niet Nieuwpoort

Het begon allemaal bij het lezen van het verhaal van Veerle Ternier, die door de besparingen 40% van haar financiële hulp door de overheid kwijt raakt en daarom ook 100% van haar zelfstandigheid. Daardoor zal ze niet meer kunnen bijdragen aan de maatschappij en wordt ze gedwongen haar job, haar woonst en haar eigenwaarde op te geven. (lees HIER haar verhaal)

Dit verhaal klonk me bekend in de oren en blijkt een tendens te zijn van hoe we over het algemeen omgaan met de besparingen in de zorg en het “helpen” van mensen met een beperking.

Ik begon dus kritisch te denken over de maatschappij waar we nu in leven en kwam zo op een hele reeks vragen uit:

  • Waarom gaan heel veel vrienden van mij hun zelfstandigheid moeten opgeven door besparingen?
  • Waarom kan ik nooit ergens spontaan heen? Altijd dat reserveren en die verdomde toegankelijkheid en toiletten checken op voorhand.
  • Waarom moeten wij nog steeds telefonisch reserveren bij Teleticketservice?
  • Waarom kan ik in de bioscoop niet de film zien die ik wil zien, omdat er geen rolstoelplaatsen zijn?
  • Waarom zijn toiletten voor rolstoelgebruikers toch nog te klein en moet je uw benen bijna in uw nek leggen als je na halsbrekende toeren toch een transfer hebt kunnen maken naar de wc nadat je er achterwaarts in reed?
  • Waarom hebben handelszaken bijna nooit een, al dan niet te steil, hellend vlak en moet je bijna altijd toch nog over een drempel?

  • Waarom zijn er zelden grote kleedhokjes? Ik wil ook privacy!
  • Waarom de veel te korte rolstoel-paden op het strand? Ik wil geen stipjes zien in de verte om dan te denken “dat zullen ze zijn”! En ik voel ook graag de zee aan mijn voeten …. Al goed dat er op de meeste plaatsen een tir-à-l’eau voorhanden is.

  • Waarom zijn er bij de concerten van Bart Peeters slechts een tiental rolstoelplaatsen? Ik wil ook kunnen gaan!
  • Waarom hebben aangepaste hotelkamers een veel te laag toilet en veel te hoge spiegel?
  • ….

Voor heel veel van die vragen zal er wel een plausibel antwoord zijn, maar dat wil ik nu even niet horen.

Ik ga op zoek naar andere antwoorden en hoop gauw van mijn “waarom?” fase af te zijn. Daarom begin ik al met het tekenen van Veerle haar petitie tegen de besparingen in zorg. Want het wordt hoe langer hoe duidelijker dat mensen met een beperking zélf het heft in eigen handen gaan moeten nemen om positieve verandering teweeg te brengen!

Jij tekent toch ook? (HIER)

Berte

 

 

 

Deel onze blogs alsjeblieft!
Tweet 20

Een oma op wieltjes : )

Kerstvakantie is een mooie tijd voor mij.  Dan zijn we allemaal samen rond de kersttafel.  Mijn man, kinderen en kleinkinderen.

De living moet dan gedeeltelijk verplaatst worden zodat we samen aan een lange tafel kunnen zitten.




Mits hulp van mijn man en assistente kunnen we de dag voor het feest een mooie tafel organiseren en aankleden.  Maar als alles mooi geplaatst is merk ik op dat ik met de rolstoel niet meer door kan.  Dus hupsakee alles opschuiven en verplaatsen. Das toch wel een hele klus hoor zo voor 11 man gedekte tafel!

Het feest verloopt fijn mede omdat we dit jaar kozen om naar de traiteur te gaan en verschillende kleine hapjes hebben. We hadden alles in de keuken in buffet vorm gezet.  Zo kan iedereen nemen wat hij of zij lust. We  hebben enkel  vegetariërs en veganisten in de familie. 

De jongsten van de kleinkinderen blijven op het einde van de vakantie twee dagen bij ons. Zo helpen we het jongste gezin om de opvang in de vakantiedagen in te vullen.

Gelukkig heb ik dan wel assistentie.  We gaan samen knutselen en dat lukt vrij goed als alles op hoogte is klaargezet.  En toch wil ik reiken naar extra kleurpotloden glijd mijn rolstoel vanonder mij en voila oma ligt op de grond…. (gelukkig zonder veel erge gevolgen)  .

De reactie van de oudste van de twee (ze is zes) “oma je moet in de rolstoel gaan zitten hee niet ernaast”  nodigt me uit om stil te staan hoe een jong kind de dingen ervaart en bekijkt. 

Zij ziet gewoon de feiten.  Bij mij en mijn omgeving zit de angst daar direct op.  Heb je iets gebroken, wat zal je morgen voelen na deze val ?  Gaat het wel goed met je ? 

De no nonsens van mijn kleindochter , de humor maakte het gebeuren lichter.

Zo probeer ik ook om te gaan met het feit dat ouder worden zo wie zo voor iedereen wat functieverlies of kwaaltjes meebrengt.  Maar dat we daar niet zo angstig over moeten zijn wat de dag van morgen wel zal brengen…..  Nu op dit moment gaat het vrij goed dus daar helemaal van genieten en dat gevoel koesteren.  Zo leer ik als het ware mooie momenten te hamsteren voor de momenten dat het niet zo goed gaat.  Zoals vorig jaar toen ik gevallen was en mijn goede been had gebroken.  Wat tot een veel grotere afhankelijk leidde dan ervoor.  Maar ook in deze maanden brachten de kleinkinderen vaak de humor. Op die manier werden situaties ontdaan van de angst tot volledige afhankelijkheid.

Speeltuin schommel


In die moeilijke periode waren ze ook een dagje bij ons.  Wat slechts mogelijk was met assistentie.  Zo konden we met de elektrische rolstoel naar buiten .Want zonder assistentie zou het niet verantwoord zijn om met die twee kleine (4 en 6) samen boodschappen te doen en  naar het speeltuintje in de buurt te gaan.

Toen de mama hen terug kwam ophalen kreeg ik een zoen.  Opeens kwam Fenna terug “oma zal ik je beentjes een extra zoen geven, dan geneest dat beter”  “mama doet dat bij mij ook 😊

Ondanks de tegenslagen kan het leven toch mooi zijn!

Veel liefs van een oma op wieltjes!




Deel onze blogs alsjeblieft!
Tweet 20