Kiezen voor jezelf

Kiezen is verliezen. Maar niet kiezen is bevriezen. Kristien weet dit al heel lang, het is ondertussen zo’n 4 jaar geleden dat ze deze zinnen voor zichzelf uitvond. En toch blijft het moeilijk en trapt ze nog steeds in dezelfde val…

Je kan het als een beperking aanschouwen – “niet voor jezelf kunnen kiezen”. Wat is dat vaak moeilijk vind ik! Bij mezelf blijven, mijn eigen keuzes maken, en geen spijt hebben van alle keuzes die ik al maakte. Steeds denk ik aan de ander: “ocharme die ander, want als ik die keuze maak, dan is dat nadelig voor de ander”.

Dus kies ik vaak niets, blijf ik aanmodderen, totdat het teveel is. Want als ik geen keuze maak, blijf ik, bevries ik en verlies ik mezelf. En wat is erger: jezelf of de ander verliezen? Ook een discussie waard..

Kiezen voor jezelf

Dit thema is iets dat ik bij veel van mijn patiënten ook terugzie. Steeds zichzelf aan de kant zetten, over alle eigen grenzen gaan (lichamelijk als emotioneel) uit zorg voor de ander.

Wat vind ik het dan ook enorm moedig te zien bij één bepaalde patiente die een chronisch letsel heeft aan haar voet waardoor ze niet lang kan stappen of zelfs rechtstaan, dat ze steeds naar elke danstherapiesessiekomt. Ze mist er geen één!

Daar zit ze dan, elke keer opnieuw, op haar stoel. Nee, niet aan de kant. Ze zet haar stoel gewoon BAM mee in de kring, tussen de rest. En nee, het is niet omdat ze op een stoel zit dat ze niet kan meedoen.. oh nee! Ze beweegt met alles wat wel nog kan bewegen: armen, handen, hoofd, borst, heen en weer wiegend,.. elke keer opnieuw denk ik: wat een voorbeeld! Zo bij zichzelf kunnen blijven, haar grenzen respecteren en toch, toch doet ze mee en geniet ze zichtbaar!

Heel krachtig en daar kan ik persoonlijk nog veel van leren.

Heb jij dit ook soms? Het gevoel dat keuzes uiterst bepalend zijn? Lukt het dan om steeds bij jezelf te blijven, om te luisteren naar je eigen grenzen ondanks de ander? Hoe doe je dat?

Deel onze blogs alsjeblieft!

Interview met Paralympiër Peter Genyn

Peter dook op zijn 16de in ondiep water en werd tetrapleeg. Tijdens zijn revalidatie begon hij met rolstoelrugby, maar recreatie werd algauw sport op hoog niveau. Zo hoog dat zijn team in 2009 goud en in 2011 brons behaalde op het EK. Tot Peter zijn been brak en het gedaan was met rugby. Toch bleef hij niet bij de pakken zitten en stapte over naar atletiek. Vorig jaar brak hij het wereldrecord op de 100m en werd daarna wereldkampioen op de 100 en de 400 meter. Wie het filmpje van BBC4 heeft gezien, is het ermee eens: Peter is duidelijk ook een ‘superhuman’. En wij mochten hem nog snel een paar vragen stellen voor hij naar Rio vertrok!

Dag Peter, fijn dat je nog even tijd voor ons kan maken. Waar hoop je op in Rio?

Een medaille natuurlijk! (lacht). Iedereen droomt van goud, maar een medaille zou al leuk zijn. Over de kleur van die medaille kan ik nog geen uitspraken doen, maar ik ga in elk geval hard mijn best doen om er een mee naar huis te brengen!

Hoe bereid je je eigenlijk voor op de Paralympics?

Trainen, trainen en trainen! Ik ben net terug van Lanzarote waar ik twee weken, zes dagen van de zeven, heb getraind. ‘s Morgens opstaan om half zeven, ontbijten, trainen, eten, oefeningen voor stabilisatie, daarna kine en dan alweer bed binnen want de dag erna is het weer van dat. Ik leef helemaal zoals een valide topsporter: op mijn eten letten, veel trainen, goed slapen,…

Door op je lui gat te zitten, ga je er dus niet geraken…

Eigenlijk wel, haha! Maar in mijn geval dus actief op mijn gat zitten.

Peter Genyn paralympics rolstoel
Credits: Eddy Peeters

Als tetrapleeg heb je waarschijnlijk wel wat extra zorg nodig. Wie gaat er allemaal met je mee?

Eigenlijk niet. De bondscoach gaat mee en de delegatieleiding. Uiteraard ook een kine, een dokter en een verpleegkundige – maar die zijn er niet alleen voor mij, die zijn er voor heel de delegatie. Dat komt omdat er per zoveel atleten maar 1 persoon mee mag. België kiest, dus het is een beetje schipperen. Iedereen die meegaat, is ook echt heel zelfstandig hoor.

En je materiaal? Hoe goed ben je voorbereid op het weer in Rio?

Ik ben eigenlijk op alles voorbereid, behalve op regen. Dat is echt het slechtste wat er kan gebeuren, want dan heb ik geen grip meer op de hoepels van mijn wielen. Ik heb een hoes laten maken om over mijn hoepels te doen om op z’n minst droog tot aan de start te geraken. Maar als het giet, dan gaan ze binnen een paar seconden kletsnat zijn. Wie er dan wint, is de persoon die de beste oplossing tegen de regen gevonden heeft!

We duimen voor droog weer! Zijn er nog andere dingen die we moeten weten als we voor je supporteren?

Dat je alleen naar de prestatie moet kijken en niet naar de handicap. Wij moeten echt serieus presteren om mee te mogen doen want net als bij valide sporters staan er limieten op: als je een bepaalde tijd niet haalt, mag je gewoon niet meer naar Rio. En net als in validensport, komt het niet op seconden maar op honderdsten van seconden aan. De Fin die nu het wereldrecord op de 100 meter heeft, start sneller maar ik heb mijn techniek aangepast en nu ben ik met 2 honderdsten sneller. Dat kan echt het verschil maken, want alleen de top 3 krijgt een medaille!

Weet je, soms worden de Paralympics verward met Special Olympics (Olympisch Spelen voor mensen met een mentale beperking, nvdr). Of gaat het in een interview drie kwartier over mijn handicap en oh ja Peter doet ook nog sport. Maar ik ben geen sukkelaar die ook nog sport doet, ik ben in de eerste plaats een atleet!

Gelukkig heb ik niet veel te klagen hoor, tegenwoordig begint het wel te beteren. Journalisten die ik ken, als die iets over me schrijven dan staat het niet in de variasectie als feelgood verhaal maar in de sportsectie. En dan gaat het puur over de sport, met mijn tijden erbij.

Peter Genyn racet op de 100m
Credits: Veerle Laurens

Je hebt echt al veel verwezenlijkt. Van al je prestaties, wat springt er voor jou uit?

Het feit dat ik wereldkampioen werd, toen was ik echt even de beste van de wereld! (lacht)

Ook Europees kampioen worden en het wereldrecord breken, waren natuurlijk toppers. En op het vlak van ervaringen als team kunnen de EK’s die ik heb gedaan met het rugbyteam zeker ook tellen.

Maar weet je, Paralympisch kampioen worden, daar zou ik alles voor inruilen. Voor mij staat dat nog zoveel hoger. Vooral omdat het maar om de vier jaar kan en je dus maar een paar kansen in je leven krijgt om het te zijn. En ook al zijn je tegenstanders hetzelfde als altijd, toch heeft het zoveel meer aanzien in mijn ogen, het is voor mij het hoogst haalbare.

Voel je je door al die verwezenlijkingen soms een rolmodel?

Goh, een echt rolmodel? Tja, ik zie me niet als voorbeeld… Maar als mensen mij als voorbeeld nemen, is dat wel tof. Weet je, ik probeer gewoon mijn best te doen.

Heb je zelf een rolmodel?

Eigenlijk niet. (denkt even na) Toen ik pas in een rolstoel zat, ben ik begonnen met rugby. Ik kwam uit revalidatie en was niet 100% zelfstandig. Dus ik keek rond naar de andere spelers: die kan dit en die kan dat, hoe doen zij dat? Ik keek af en probeerde uit. En ik trainde tot het beter was. Je zou dus kunnen zeggen dat de mensen rondom mij mijn rolmodellen zijn en mij inspireren.

Zeker als je tetra bent, is rolstoelrijden heel veel techniek. Een parapleeg neemt de hoepels vast en duwt. Maar als tetra heb ik weinig triceps, en moet ik vooral rijden op biceps. Daarom gebruik ik in mijn rugbyrolstoel bijvoorbeeld de bovenkant van mijn hand, om de spieren van mijn pols ook nog te kunnen gebruiken. Dat maakt me een pak sneller. Ik zit ook enorm diep in die stoel, even met mijn elleboog tegen het wiel en ik draai al. Enfin, allemaal dingen die ik heb geleerd door te sporten. Ik kan het iedereen aanraden, al is het maar om andere mensen tegen te komen en van straat te geraken! (lacht)

Nvdr: Peter racet op 13/09 om 10u34  (15u34 Belgische tijd) de finale van de 100m en op 17/09 om 11u01 (16u01 Belgische tijd) de finale van de 400m.

Kende je Peter al? Je kan zijn avonturen verder volgen via de Facebook-pagina ‘Peter Genyn Wheelchair Racer’, waar ook links zullen staan naar de livestream van zijn races. Voor welke andere Paralympiër supporter jij dit jaar in Rio?

Deel onze blogs alsjeblieft!

Interview met Wietse Vendrig (deel 2)

Vorige week las je in het eerste deel hoe Wietse als professionele danser aan inclusiedans begon. Hier lees je het vervolg, over beperkingen, hindernissen en rolmodellen!

Waarom spreek je over ‘inclusiedans’ en niet gewoon over ‘dans’?

Het woord inclusiedans zorgt inderdaad vaak voor wrevel. Op een dag zou het normaal moeten zijn dat danslessen, dansopleidingen en podia het niet meer vreemd vinden als mensen met een beperking willen dansen, deel uitmaken van de groep. Dat ook dansers met een beperking hun dansvocabulaire kunnen opbouwen en erkenning vinden voor de danser die in hun beperkte lijven woont. Maar tot het zo ver is, wil ik gerust het woord ‘inclusiedans’ gebruiken.

Ik denk dat de grootste beperking vaak niet bij de mensen met een beperking zit, maar in onze overtuigingen over hoe dans er moet uitzien, hoe lichamen die dansen er moeten uitzien. Door een plek te krijgen tussen professionele dansers kan ik dansvocabulaire opbouwen, leren mensen zonder beperkingen out-of-the-box denken en mogelijkheden zien waar eerst de beperking met alle aandacht dreigt te gaan lopen.

Ik denk dat inclusiedans ook maatschappelijk een meerwaarde kan betekenen. Als ik van Nele Vanhaeverbeke hoor dat ze inclusiedans bovenal ‘genieten’ vindt en leert om los te laten, dan vind ik dat een belangrijk punt. Als ik in contact met dansers kan meegeven dat leven met een beperking ook leven is en dat ziekte, pijn of een ongeluk niet leuk zijn maar evengoed geen drama – dan hoop ik dat mensen minder bang worden van de confrontatie met niet-zo-perfecte lichamen.

Mijn ervaring is dat het gewoon heel fijn is om deel uit te maken van de danswereld, het voedt en inspireert. Hindernissen in het leven kan je ombuigen tot kansen als je ermee gaat dansen. Je onderzoekt ze , je beleeft ze, je worstelt ermee tot je de kans erin herkent en de hindernis een rijkdom geworden is.

Welke hindernissen moet je vaak overwinnen als inclusiedanser?

Dit is een moeilijk punt. In eerste instantie zou het fijn zijn als het op een dag niet meer nodig is om deze vraag te beantwoorden, dat er gewoon geen hindernissen meer zijn. Maar in de realiteit zijn hindernissen in inclusiedans vaak belangrijke punten. Hoe graag we ook ‘gelijken’ zijn, we verschillen wel in onze noden. Ik pleit vooral voor een open mind zowel bij lesgevers als bij groepsleden. En humor is ook belangrijk, dat kan een hoop onmogelijkheden veranderen in kansen. Je wil niet weten op wat voor een manier ik al allemaal ‘trappen’ heb weten overbruggen!

Ook goodwill van iedereen die betrokken is bij een inclusieproject is belangrijk – Ellen (een dansmaatje) is bijvoorbeeld al vaak in mijn auto getild door de helpende handen van andere groepsleden. Dat komt omdat de situatie (ontoegankelijke zalen, podiums, kleedkamers , sanitair, vervoer…) vaak een eerste hindernis vormt. Toch kan ik me soms ook ergeren aan het gemak waarmee je uitgesloten wordt omdat iets niet toegankelijk lijkt. Met een beetje hulp, een beetje out-of-the-box denken kom je vaak ook al ver. Goele Vandijck is voor mij daarin een leuk voorbeeld. Ik weet niet of zij het woord ‘onmogelijk’ in haar vocabulaire heeft en dat opent deuren.

Hindernissen hangen ook heel erg van de beperking af… dus ik kan er moeilijk één antwoord op geven. Het is gewoon belangrijk dat er wordt over nagedacht, zodat er bijvoorbeeld lokalen worden voorzien die zo toegankelijk mogelijk zijn. Eigenlijk zou het vanzelfsprekend moeten zijn dat danslessen, danslokalen en podiums toegankelijk zijn, dat we daar geen apart punt van maken. De praktijk wijst echter uit dat je rekening moet houden met veel situaties waarin je moet improviseren. Dat is soms lastig. Anderzijds is het ook vaak geen punt. Als iedereen bereid is elkaar gewoon af en toe te helpen, kom je meestal wel een eind. Natuurlijk spelen er wel dingen zoals vervoer regelen. Dat maakt dat je op tijd moet weten wanneer je repeteert, enige structuur in de planning maakt het allemaal wat gemakkelijker te regelen.

Eerlijk zijn met jezelf en met de groep vind ik een meerwaarde, én het voorkomt frustraties. We moeten opener leren zijn over onze noden. Ik vind het ook belangrijk dat we erkennen bij elkaar dat we verschillen in nood aan hulp of extra middelen en begeleiding. Soms is er hulp nodig bij het naar de wc gaan, bij het drinken en eten, of is er wat extra recuperatietijd nodig. Vaak zijn de spieren van mensen met een fysieke beperking sneller uitgeput of verkrampt en moet je dat wat inschatten als lesgever of als danser. Persoonlijk vind ik het heel belangrijk dat je goed voor jezelf kan zorgen, dat je je eigen grenzen kent en aangeeft en die verantwoordelijkheid niet afschuift op de lesgever of de groep. Maar er moet wel een zekere openheid in de groep gemaakt worden waardoor iedereen zich veilig weet. Inclusie is voor mij gelijkwaardigheid – niet gelijkgesteld worden. Ik vind het ook weleens fijn les te krijgen van iemand die in een rolstoel zit om rolstoelbehendigheid te oefenen…terwijl andere dansers bijvoorbeeld sprongen oefenen.

Je hebt het over Goele, is zij jouw rolmodel?

Als ik denk aan een rolmodel dan heb ik eigenlijk niet één iemand voor ogen. Een boel mensen en zelfs dieren inspireren mij, tillen mij op. Wat ik wel merk is, dat ik geïnspireerd geraak van mensen die onbevangen zijn, mensen met een passie, speelse mensen met een open mind en niet te veel ‘kan niet’ in hun vocabulaire. Mensen die de wereld liefdevoller kleuren en respect hebben voor al het leven op aarde. En of ze dan zelf ‘rollen’ of ‘lopen’, dat maakt mijn niet uit…

Hoe zie jij de toekomst van inclusiedans?

Ik wil vooral deel uitmaken van datgene wat mijn passie is, mijn thuiskomen… en dat is in de dans. Dus ik zoek een weg en ik hoop dat de generatie na mij gewoon kan deelnemen aan danscursusssen, dansopleidingen… ook als ze een beperking hebben, gewoon omdat we allemaal mensen zijn die niet allemaal hetzelfde kunnen maar wel gelijkwaardig zijn. Ik hoop dat inclusiedans zijn plek in de danswereld verder mag veroveren, dat het naast de andere danskunsten mag staan en dat er heel veel mensen de uitdaging aan gaan om de danser in zichzelf ruimte te geven en de danser in de ander te begroeten. De wereld zou er alleszins ‘dansanter’ van worden. Daar zou ik nu eens écht heel blij van worden!

Heb je het eerste deel van het interview gemist? Je leest het hier! Heb je nog meer interesse in dit onderwerp, lees dan zeker Ik zit wel in een rolstoel hoor! en Dansen met een beperking.

Deel onze blogs alsjeblieft!

Met een beperking naar Peru

Heb je een beperking en wil je reizen? Denk dan eens aan Peru! Ik reis er op dit moment in het rond, en als kinesitherapeute let ik heel erg op de toegankelijkheid van de plekken die ik bezoek. Je leest hier al mijn bevindingen over Lima, Caracas, Cusco en nog een hoop andere steden.

Voor je in Peru geraakt, moet je een belangrijk minpunt overwinnen: de lange vliegreis! Van hier naar Madrid vliegen duurt 2 uur, dan 3 uur wachten tussen de vluchten, en dan 12 uur naar Peru. Voor wie moeilijk lang kan zitten dus heel lastig!

Toegankelijkheid in de hoofdstad

Eens aangekomen in Peru zelf, dan moet ik eerlijk toegeven, is alles vrij goed aangepast. Wij gingen in Lima, de hoofdstad, de San Franciscuskerk binnen. Dat was zeker de moeite, vooral de bibliotheek is prachtig! Er stond een bordje met een ingang voor mensen met een beperking, iedereen kan dus binnen. Een alternatief voor de trappen (en het waren toch zo’n 20 treden) heb ik echter niet gezien, dus waar die ingang zich bevond dat blijft een beetje een vraagteken. Dit kan je best eerst nog even nagaan voor het kopen van je toegangsticket. Ook de catacomben in de kelder zijn niet toegankelijk in een rolstoel, wat heel jammer is!

Op de Plaza Major vind je dan weer wel overal een ramp. We zagen zelfs enkele rolstoelgebruikers volledig zelfstandig over straat rollen. Op elke hoek van het voetpad ligt een perfect aangelegde ramp, niets op aan te merken! Van openbare toiletten hebben we nog geen gebruik gemaakt, of die aangepast zijn kunnen we dus niet zeggen. En zijn die er wel..? Nog niet opgemerkt!

Je verder verplaatsen (niet-wandelafstand) is dan weer iets anders. Een lijnbus nemen? Geen denken aan! Een steile trap (3 à 4 treden) om op en af te stappen, en zodanig druk dat je met de minste beperking niet door de massa geraakt wanneer je aan je halte bent. Jammer. Gelukkig vind je wél op elke hoek van de straat een hoop taxi’s, die constant je aandacht proberen trekken met de meest irritante geluidjes. Een pak duurder dan de lijnbus maar heel wat goedkoper dan in België, voor zo’n 15 à 20 soles (4 à 6 euro) geraak je zo’n 10km ver, ideaal in de stad!

Buiten Lima met de rolstoel

Je verplaatsen tussen verschillende steden gebeurt in Peru ook per bus. Weliswaar met meer comfortabele bussen, gelukkig! Dit zijn grote bussen met 2 verdiepingen zoals je er in België ook regelmatig ziet. Op de bus zelf is er heel veel ruimte – heel wat comfortabeler dan bijvoorbeeld een vliegtuig – en moet dus goed te doen zijn voor iedereen, zelfs met een beperking! Het opstappen wordt wel iets moeilijker, er is een vrij hoge trede en de doorgang is enorm smal, een rolstoel meenemen is dus moeilijk. Maar ik denk dat het geen probleem is om hulp te krijgen, zelfs om gedragen te worden, bij het opstappen, al heb ik zelf niemand op mijn bus gehad met een beperking. Elk busstation heeft ook een balie speciaal voor mensen met een beperking. De hoogte van de balie passen ze jammer genoeg niet aan, maar je krijgt er waarschijnlijk wel voldoende info en hulp. Voor wie nog korte afstanden kan stappen dus alvast geen probleem, enkel de toiletten in de bus zijn heel klein en onstabiel tijdens het rijden. Wie op voorhand kan sonderen is hier dus in het voordeel!

Met een beperking naar Huacachina

Huacachina is een prachtige oase op zo’n 5 km van Ica. Zand, véél zand, vind je daar, maar de hostels bereiken kan geen probleem zijn: er is een mooi verharde hoofdweg. Of je echter tot de oase zelf geraakt is een andere vraag. Op de meeste plaatsen zijn er enkele trapjes. En dan is er uiteraard nog het zand… Niet gemakkelijk dus!

Wat je zeker wel kan doen als je (eventueel met hulp) nog in een hogere auto (jeep) kan geraken is de buggy-tour. Cruisen in de woestijn over de zandheuvels, zalig! In de auto zelf zit je goed vast met een gordel die over beide schouders en tussen de benen vastzit, dus zelfs zonder werkende buikspieren is het te doen, denk ik. Deze tour duurt zo’n 2 uur en wordt meestal gecombineerd met sandboarden. Je kan mits wat zoeken misschien wel iemand vinden die speciaal voor jou rijdt, zeker als je met een kleine groep bent. Zonder het sandboarden kan je perfect in de auto blijven zitten. Tip: ga niet bij de organisaties met grote affiches maar bij de mensen langs de straat die deze activiteit aanbieden. Dat is veel goedkoper!

De hellingen van Arequipa

Arequipa is aangepast zoals Lima. Je kan er elke middag een ‘free walking tour’ doen. Wij hebben niet veel trappen moeten doen, maar Arequipa is wel gebouwd tussen 3 grote vulkanen, waardoor er heel wat heuvels te overwinnen zijn. Met een sterk medereiziger is dat natuurlijk niet zo’n groot probleem! Bewuste keuze maken met wie je reist, is de boodschap.  😉

Het onmogelijke Titicacameer

Het Titicacameer is prachtig, een echte aanrader voor wie graag reist, maar met een beperking onmogelijk te bezoeken.

Puno zelf is niet super aangepast maar met een lichte beperking en een grote dosis moed misschien haalbaar. Maar daar is weinig te zien. Voor het pareltje moet je met de boot naar het Titicacameer. Voor de meesten onder jullie lijkt me dat helaas totaal onmogelijk, en uitstappen op de rieteilanden al zeker. En de gewone eilanden zijn zelfs voor wie geen beperking heeft al een hele uitdaging, vooral om de slecht aangelegde steile paadjes te overwinnen. Schrappen uit het lijstje dus, vrees ik…

Van Cusco naar Machu Picchu

Cusco is een hele mooie stad, maar gelegen in een dal. De Plaza De Armas is goed toegankelijk, ook hier zijn overal rampen voorzien zoals in Lima. Maar de rand van het stadscentrum daarentegen zit vol erg steile straatjes waarvan het voetpad vaak een trap is. Daardoor is zeker niet alles toegankelijk te voet, maar met een taxi kan je normaal gezien wel overal terecht!

Dé reden echter om richting Cusco te reizen, naast enkele prachtige bezienswaardigheden in de stad zelf, is uiteraard Machu Picchu! Vanuit Cusco kan je er met trein en bus naartoe, maar reken er alvast niet op dat deze zijn aangepast (treden om op te stappen, heel smal…). Ik heb horen waaien dat de Incatrail vrij goed is aangepast, geen idee waarop dat gebaseerd was. Wij hebben het zelf niet getest, het is dus mogelijk.

Als je al tot aan Machu Picchu geraakt, dan wacht er een nog grotere uitdaging: trappen, kasseien, smalle doorgangen en dat alles zo oneffen mogelijk. Daarbovenop ook nog eens heel lastig door het grote hoogteverschil. Het is een wereldwonder, prachtig, maar in een rolstoel of met slecht evenwicht acht ik het onmogelijk. Mensen met lichtere beperkingen zoals beginstadia van MS of andere chronische aandoeningen, of mensen die vrij goed hersteld zijn van een letsel, kunnen het dan weer wel overwegen.

We bezochten verder nog de heilige vallei in Ollantaytambo en Pisac, ook heel mooi maar, net zoals Machu Picchu, niet aangepast. Het zijn natuurgebieden uiteraard, dus ook niet onlogisch…

Van Huaraz de Andes in

De stad Huaraz is niks speciaals. Wij kwamen hierheen voor een 5-daagse trektocht in het Andesgebergte, uiteraard helemaal niet toegankelijk. We gingen dwars door de natuur, geen paadjes of wegen, enkel gras, rotsen, losse stenen waarop ook wij moeilijk recht konden blijven, enz… Jammer, want dit was zowat het mooiste gebied dat ik ooit heb gezien! Misschien valt dit (of een deel van de tocht) voor sommigen wel te paard te doen? Ezels en paarden fungeren hier als bagagedragers, die beestjes beklimmen de meest oneffen, rotsachtige gronden zonder moeite. Ik heb er geen info over, maar die moet zeker te verkrijgen zijn op het internet of in een reisbureau. Zeker het overwegen waard als je het mij vraagt!

Nog een laatste tip

Ben je nog student, neem dan zeker je studentenkaart mee, daar krijg je heel vaak korting mee voor entrees, zowel in Lima als in andere steden.

Kriebelt het bij jou om ver te reizen met (iemand met) een beperking? Lees dan zeker ook de blogpost over rondreizen in Thailand met een beperking, of Indonesië – of gewoon in eigen land

Deel onze blogs alsjeblieft!